hummen


hummen 1.0

hm zeggen, bv. als teken van instemming of om te laten merken dat men luistert

Semagram


Hummen…

is een handeling

      Algemene voorbeelden


      Door bij tijd en wijle te knikken en te glimlachen, een enkele keer zelfs te hummen of te brommen, probeerde hij de indruk te wekken dat hij contact hield, zelfs zo geboeid was door hun argumenten dat hij er de voorkeur aan gaf zich tot luisteren te beperken.

      Het samenzijn, Jan Meyers,

      Combinatiemogelijkheden


      met bijwoord


      • instemmend hummen

      Arthur had hem over zijn figurantenrolletje al eens vriendelijk maar dringend onderhouden [...]. 'Ja maar ...' pruttelde David. 'Kijk, hoor je wat je zegt? Dat bedoel ik nou.' Greetje humde instemmend en draaide een Javaanse Jongen.

      Een soort Engeland, Robert Anker,

      hummen 2.0

      kuchen

      Semagram


      Hummen…

      is een handeling

          Algemene voorbeelden


          In de ziekenhuisgang weerklonk ontroerende tv-reclame voor een bank, dan volgden trailers voor VTM-programma's. Mijn vader humde en hijgde bij de intro van het journaal. Vader vertoefde weer elders door de medicatie.

          Acacialaan, Koen Peeters,

          hummen 3.0

          neuriën

          Semagram


          Hummen…

          is een handeling

              Algemene voorbeelden


              'We spelen vandaag twee ballades. Daar zitten een paar hoge passages in.' Guido moet dus goed bij stem zijn, vandaar dat hij de afgelopen week heeft geoefend. 'Elke ochtend heb ik in de auto zitten hummen.' Dat had hij ervoor over.

              De Limburger,

              Combinatiemogelijkheden


              met ander, nevengeschikt werkwoord


              • hummen en zingen

              Het nieuwjaarsconcert van het Schönberg Ensemble [...] droeg als ondertitel: "Waarin Winnie-de-Poeh toeziet hoe Copland zijn pistool en Britten zijn zwaard trekt, maar dankzij Oliver Knussen toch blijft hummen en zingen."

              NRC,

              Woordfamilie


              Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


              • meehummen

              hummen 3.1

              een lied e.d. neuriën

              Algemene voorbeelden


              'Let op,' zei Bobby, 'wat is dit.' Hij neuriede een paar maten klassieke muziek. 'Dat is niks,' zei Max [...]. Dat is uit Dichter und Bauer van Franz von Suppé. Maar wat is dit?' Hij humde wat. 'Dat is geen klassiek,' mopperde Bobby.

              De nymfentrein en andere verhalen, Herman Pieter de Boer,

              Combinatiemogelijkheden


              met object


              • een lied hummen

              Kees fietste, Bas zat vóór hem op de stang. Tussen zijn tanden humde Kees steeds opnieuw hetzelfde lied, zijn zoon zong mee zo goed hij kon.

              't Is zo weer nacht, Joyce Roodnat,

              Woordfamilie


              Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


              • meehummen

              hummen 4.0

              iets mompelen; iets brommen

              Semagram


              Hummen…

              is een handeling

                  Algemene voorbeelden


                  Oom Oscar, de jongste broer van de overledene, een nakomertje, die bij dat gesprek aanwezig was geweest, had wat achter zijn hand gehumd en daarmee de blijvende woede van zijn schoonzuster opgewekt.

                  Het overspelige gras, Louis Ferron,