Alexandrijn/alexandrijn


Alexandrijn 1.0

iemand die afkomstig is uit Alexandrië; inwoner van Alexandrië

Semagram


Een Alexandrijn…

is een persoon

  • [Plaats] woont doorgaans in Alexandrië
  • [Plaats van herkomst] is afkomstig uit Alexandrië; is geboren in Alexandrië

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    alexandrijn 2.0

    (poëzie)

    dichtregel van zes metrische eenheden met telkens een onbeklemtoonde en daarna een beklemtoonde lettergreep (de jambe), die bij een mannelijk rijm (eindigend op een rijmende, beklemtoonde lettergreep) uit twaalf lettergrepen bestaat, en bij een vrouwelijk rijm (eindigend op een toonloze lettergreep, die volgt op de rijmende lettergreep) uit dertien lettergrepen; versregel van zes jamben

    Semagram


    Een alexandrijn…

    is een dichtregel; is tekst

    • [Deel] bestaat uit zes metrische eenheden of versvoeten van telkens een onbeklemtoonde en daarna een beklemtoonde lettergreep, ook genaamd jamben
    • [Omvang abstract] bevat twaalf lettergrepen bij een mannelijk rijm (eindigend op een rijmende beklemtoonde lettergreep) of dertien lettergrepen bij een vrouwelijk rijm (eindigend op een toonloze lettergreep, volgend op de rijmende lettergreep)
    • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] heeft een soepel metrum en laat een grote verslengte toe; heeft een rust of pauze (cesuur) in het midden na de derde versvoet

      Algemene voorbeelden


      Een alexandrijn. Is een zesvoetige jambische versregel, dus een versregel die uit zes jamben bestaat. Als die zes jamben worden gevolgd door nog één onbeklemtoonde lettergreep wordt er nog steeds van een alexandrijn gesproken. De alexandrijn is genoemd naar de Roman d'Alexandre van Alexandre de Bernay. Voorbeeld: De Zee, de Zee, klotst voort in eindeloze deining - Willem Kloos.

      http://www.cedargallery.nl/nlletters_gedichten.htm

      Voor het Nederlands zijn de belangrijkste versvoeten de jambe (zwak-sterk: 'Wilhélmus ván Nassaúwe, ben ík van Duítsen bloed'), en de dactylus (sterk-zwak-zwak: 'Dénkend aan Hólland zie'k bréde riviéren'). Een regel van zes jamben met een rust in het midden (zoals in de bovenstaande regel uit 'het Wilhelmus') heet een alexandrijn.

      http://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=1576

      In de Nederlandse sonnetten van de zestiende en de zeventiende eeuw zijn alledrie de typen vertegenwoordigd, maar er bestaat, volgens Roose een voorkeur voor het type dat hierboven als het Franse wordt aangeduid. De versmaat van het Nederlandse sonnet is daarom meestal ook de Franse alexandrijn (twaalf of dertien lettergrepen).

      http://cf.hum.uva.nl/nhl/ClaasSeep/commentaar_sonnetten.htm

      In de dichtkunst is een alexandrijn zowat één van de langste versvoeten die we kennen (6 versvoeten).

      http://www.hetschrijvertje.be/index.php?page=gedichten_Id=12871=story,

      Elke alexandrijn heeft een middenrust of cesuur, hierboven aangegeven met een verticaal streepje. Deze cesuur volgt op de derde jambe, dus halverwege de regel. Daar valt bij hardop lezen een natuurlijke rustpauze in de zin. Er staat op die plek vaak een leesteken: een punt, puntkomma of komma.

      http://www.fransmensonides.nl/dichter_zij2.htm,

      De jambe is een soepel metrum dat veel variatie en grote regellengte toelaat. De trochee laat minder variatie toe, maar maakt een snellere indruk. Versregels die in driedelig metrum zijn geschreven (zoals dactylus, amfibrachys en anapest) hebben vaak een hoger tempo en de cadans is duidelijker hoorbaar dan bij de tweedelige versvoeten.

      http://www.rijmwoordenboek.nl/rhymstory.htm