bij machte 1.0
in staat; sterk of vaardig of capabel genoeg
Algemene voorbeelden
"De VKB vroeg ons allerlei papieren aan te leveren. Maar we waren toen helemaal niet bij machte om onze administratie goed bij te houden. Het was een zootje. Ik bewaarde alle enveloppen in schoenendozen, tassen en lades."
Bij afwezigheid van consensus in de schoot van de begeleidingscommissie is deze niet bij machte de neerlegging van het proefschrift te verhinderen.
Het ging overduidelijk de verkeerde kant op met het onderzoek en hij voelde zich niet bij machte het tij te keren.