bikiniklaar


bikiniklaar 1.0

(textiel, kleding en uiterlijk; neologisme)

voorbereid op het dragen van een bikini, bijvoorbeeld door het verkrijgen van een gewenst figuur of het verwijderen van lichaamsbeharing

Algemene voorbeelden


Maat 44, cellulitis en niet de ideale maten. Toch staan Katya en Nathalie in bikini te pronken op de Grote Markt. "Veel vrouwen voelen zich niet bikiniklaar. Wij zeggen: fuck it! We willen genieten en gewoon vrij zijn. We zijn niet zoals in de boekskes."

Gazet van Antwerpen,

De zomer is in aantocht en dat bezorgt veel vrouwen stress. Velen zeggen zelfs op te zien tegen het begin van de zomer. Vooral hun witte benen, lichaamsbeharing en cellulitis bezorgen hen kopzorgen. Dat blijkt uit een enquête van Styletoday. 62% van de ondervraagde vrouwen zegt nu al druk bezig te zijn hun lichaam bikiniklaar te maken. Ontharing neemt daarbij de belangrijkste plaats in beslag. Daarnaast probeert de meerderheid van de vrouwen winterse cellulitis te bestrijden met zalfjes en proberen ze een bruinere teint te bekomen door zelfbruiner te smeren.

Gazet van Antwerpen,

Ja, wanneer heb ik voor het laatst... een zelfgemaakte maaltijd geserveerd? Ik heb m'n eigen eten bij. - Dat is geen eten. Heb je het niet gehoord? George, de meisjes hier eten niet. Zo houden ze hun gewicht onder de 40 kilo. - Bikiniklaar voor de zomer. Laat dat blikje dichtzitten. - Je wilt toch dat ik ook zo word?

Pilot,

Etymologie


Aard herkomst inheems woord
Vroegste datering 2008
Samenhangende woorden (betekenis) bikinibody; bikiniproof; bikinislank; bikinistress; bodypositivity