blauwgroen


blauwgroen 1.0

afbeelding

Bron: Cold417
( CC BY-SA 3.0 )

met een naar blauw neigende groene kleur; een naar blauw neigende groene kleur hebbend

Algemene voorbeelden


De hemel leek hier blauwgroen en lag als IJslands mos op het dak.

Weerloos, Jan Siebelink,

De flanken zijn zilverachting, terwijl de kleur van de rug varieert van bruingroen tot blauwgroen.

http://www.ravon.nl/vissen.html

Hier en daar zijn er blauwgroene chemische resten achtergebleven op de grond.

NRC,

Combinatiemogelijkheden


met substantief


  • een blauwgroene kleur

Als ze gaaf zijn, hebben de meeste blauwwieren een blauwgroene kleur; enkele zijn roodbruin.

http://www.iwbp.nl/zhew/index_zhew.html

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen