dansclub


dansclub 1.0

club voor mensen die dansen als hobby hebben; ook: de gezamenlijke leden van zo'n club

Semagram


Een dansclub…

is een club

  • [Leden] bestaat uit mensen die dansen als hobby hebben
  • [Gebruiker] is zowel voor wedstrijddansers als voor gezelligheidsdansers

    Hoofdsemagram: club


    Algemene voorbeelden


    Enkele jongere dominees sprongen hals over kop in de bressen die in de muren van de christelijke veste waren geslagen en richtten zelf, van de kerk uit, dansclubs op voor de eigen kring en zelfs jazzbands.

    Nathalie, Ger Verrips,

    Het is een dansclub voor verstandelijk gehandicapten zodat deze een avondje gezellig ontspannen kunnen dansen.

    http://www.deouwetoren.nl/

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    dansclub 1.1

    gelegenheid waar men kan dansen

    Betekenisbetrekking


    metonymie
    Betrokken betekenissen 1.0 : 1.1

    Semagram


    Een dansclub…

    is een club; is een gebouw

        Hoofdsemagram: club


        Algemene voorbeelden


        Haar verschijning maakte een schip van de dansclub: zowel op de dansvloer als in het orkest hingen mannen in het want die geloofden dat ze met haar niet te pletter konden vallen.

        't Is zo weer nacht, Joyce Roodnat,

        We gingen naar de dansclubs om rhythm blues en soul te horen, want die werd niet op de radio gedraaid.

        NRC,

        "Ze hebben de zaak met twee schroeven vastgezet. Die gaan er over zeven weken weer uit, als het gips wordt verwijderd. Tot die tijd mag ik er niet op lopen". Morgen mag Makaay naar huis. 'Ga je nog Flamengo dansen', luidde een plagerige vraag over een lokaal bekende dansclub in de bossen. "Jazeker, want ik heb toch maar één been".

        De Telegraaf,