de oren tuiten


de oren tuiten 1.0

ruisen of suizen van de oren als gevolg van lawaai of drukke conversaties

Algemene voorbeelden


Op een paar borrels sliep een mens beter, ook als die ondankbare rotkinderen met deuren sloegen en de tv zo hard stond te schetteren dat je oren ervan tuitten.

Cherry, Mary Karr,

Karin schreeuwt en begint daarop te janken, te stampen, te tieren, dat mijn oren werkelijk tuiten.

Gras, Clem Schouwenaars,

In het Vlaams Parlement vond een discussie plaats die de oren deed tuiten. Discussianten waren: minister van Onderwijs Luc Van den Bossche (VdB, behorend tot de SP), die zichzelf tot 'heks' betitelde, en Mia De Schamphelaere (DS, behorend tot de CVP), die in dezelfde beeldspraak dan 'jager' mag heten.

De Standaard,

Tijdens pauzes en vergaderingen kon het gebeuren dat ik mij niet tijdig uit hun boeiende gesprekken wist los te weken met het gevolg dat nog dagen achtereen mijn oren tuitten van de tophypotheken, erfpachten, rijkssubsidies, premiekortingen, dubbele belastingaftrekken, viervoudige kinderbijslagen, reiskostenvergoedingen, verhuiskostenvergoedingen, kledinggeld, 4%-regelingen, ik werd er stapelgek van!

Een treurige afdronk, Levi Weemoedt,

de oren tuiten 2.0

verbazingwekkend klinken

Betekenisbetrekking


metafoor
Betrokken betekenissen 1.0 : 2.0

Algemene voorbeelden


Soms beginnen mijn oren te tuiten als ik hoor wat die Luxemburgse jongens voorstellen.

De Standaard,