deep down 1.0
diep vanbinnen; in het diepst van iemands wezen, gevoelens of gedachten; diep in iemands
hart
Heeft vaak een connotatie van heimelijkheid.
Algemene voorbeelden
Zou ik, deep down, een fascist zijn?
Ik vertrouwde geen mens. Deep down was ik ervan overtuigd dat iedereen me uiteindelijk zou afwijzen.
Zo weten we nu hoe Berghuis deep down over meeverdedigen denkt.
Wel vond hij - en dat had hij toen ze gisteravond naar bed gingen, nog eens nadrukkelijk te kennen gegeven - dat je het biologische verschil tussen een man en een vrouw niet uit het oog moest verliezen en dat de vrouw, qua natuurlijke aanleg, meer voor zorgverlenende functies was weggelegd dan de man, die eigenlijk, deep down, meer de rol van zorgvrager in de schepping toebedeeld had gekregen.