draaideurcrimineel


draaideurcrimineel 1.0

(neologisme)

iemand die steeds opnieuw strafbare feiten pleegt; recidivist

Semagram


Een draaideurcrimineel…

is een persoon

  • [Activiteit of handeling] pleegt steeds opnieuw strafbare feiten

    Algemene voorbeelden


    'O, kinderen, familie, het is echt het allerergste ... m'n oudste ... drugs ... draaideurcrimineel.' 'Draaideurcrimineel?' 'Ja, ken je dat niet? Hup de gevangenis in, hup er weer uit.'

    De Zonnewijzer, Maarten 't Hart,

    Voor de twintigjarige draaideurcrimineel B. is het stadium van tijdig ingrijpen al jaren voorbij. Negenhonderd lopen er van zijn kaliber in de stad: criminelen tussen achttien en 25 jaar met veel politiedossiers.

    Het Parool,

    De onverbeterlijke 'draaideurcrimineel' Abdelaziz el I. (21), in oktober veroordeeld tot 22 maanden cel, is alweer op vrije voeten.

    Het Parool,

    Eenmaal per jaar zou de 'draaideurcrimineel' zich moeten verantwoorden op een zogenoemde 'verzamelzitting': zittingen waarbij een groot aantal veelplegers zich voor een reeks misdrijven moet verantwoorden.

    Haagsche Courant,

    Etymologie


    Aard herkomst inheems woord
    Vroegste datering 2002