een kort lontje hebben 1.0
snel boos worden; opvliegend zijn
Algemene voorbeelden
Jeffrey heeft een kort lontje. Bij het minste of geringste ontploft hij op school en dan valt er niet meer met hem te praten.
Onze dochter heeft een kort lontje. Als dingen niet gaan zoals zij wil zet ze het al snel op een brullen.