goed bij kas zitten 1.0
over voldoende financiële middelen beschikken; veel geld hebben
Algemene voorbeelden
Dat de overheid thans goed bij kas zit, hangt vooral samen met de storting op de eerste staatslening van dit jaar.
Dat de overheid thans goed bij kas zit, hangt vooral samen met de storting op de eerste staatslening van dit jaar.