heppiedepeppie


heppiedepeppie 1.0

(emoties; neologisme)

erg blij; erg gelukkig; erg vrolijk of erg vrolijk stemmend; ook: overdreven vrolijk of overdreven vrolijk stemmend
Het woord is gevormd uit heppie, een vernederlandsing van Engels happy, gevolgd door een reduplicatie, net als in joepie de poepie.

Algemene voorbeelden


We hebben tegelijk kinderen gekregen, ze was net gepromoveerd, we waren helemaal heppiedepeppie. En nu liggen onze levens zo mijlenver uit elkaar.

NRC Handelsblad,

„Wat ik zie? Krachtige kleuren die een gevoel bij je oproepen van snelheid, van emotionele druk en van tegenstellingen. Voor mij is dat het gevecht dat je hebt met het vinden van je plek in de wereld. Haar werk is niet heppiedepeppie, maar dat is juist goed. Je ziet bij haar het leven zoals het tegenwoordig is, vol chaos en prikkels."

NRC Handelsblad,

Liesbeth: "Mensen krijgen vaak complimenten als ze onze shawls dragen, zelfs van vreemden op straat. Onze ontwerpen maken vrolijk. 'Make every day a happy day' is ons motto." Violet: "Dat klinkt erg heppiedepeppie, ja. Maar zo voelen we het wel."

Trouw Weekend Bijlagen,

Al die heppiedepeppie runfluencers op "Insta" vallen nu wel een beetje uit de toon in de echte werkelijkheid.

Fok!,

Eva denkt dat ze over een week misschien helemaal heppiedepeppie zal zijn in het huis.

Fok!,

Voor haarzelf hoeft het niet zo moeilijk te zijn: "Mijn flatje kan nog lang mee. Als je er een lift inbouwt, zodat ik er over tien jaar nog kan wonen, dan ben ik al heppie de peppie."

Trouw,

Etymologie


Aard herkomst inheems woord
Vroegste datering 2002