iemand om te zoenen 1.0
iemand die men graag zou zoenen; iemand die zeer aantrekkelijk is
Algemene voorbeelden
'Jullie Beertje is wel degelijk een vrouw om te zoenen,' merkte een kennis van Thjum een keer op.
Even later passeerde ik een man om te zoenen, maar we liepen allebei weg.