iemand wel kunnen zoenen 1.0
heel blij zijn met wat iemand gedaan heeft
Algemene voorbeelden
Toen de manager van Lierse me belde met de vraag of ik geïnteresseerd was, kon ik de man wel zoenen.
Eén keer heb ik een moordleidster gehad, die heb ik ook nooit gepest. Dat was Annemarie en ze kon heel mooi pianospelen. Van die liedjes weet je wel, die zongen we allemaal mee. Toneelspelen deden we ook met haar [...]. En ze vond míj 'nog het beste en dat zei ze dan ook, vlak voor iedereen.' Die Floortje is een rasartiest. 'Ja, dat zei ze... Oh, ik was helemaal dol op haar, ik kon d'r wel zoenen.'