kwebbelen


kwebbelen 1.0

(ironisch)

onophoudelijk veel, snel, druk en meestal opgewekt praten zonder iets belangwekkends te zeggen

Semagram


Kwebbelen…

is een activiteit

      Algemene voorbeelden


      Van 's morgens tot 's avonds schoof hij document na document op de glazen plaat terwijl secretaresses en typistes kwebbelden en kirden.

      Donderdagmiddag. Halvier, Kristien Hemmerechts,

      De ellendigste treinbuur is niet de man bij wie u gaat zitten, maar de man die bij u gaat zitten. Mocht u toch als eerste een trein binnengaan, dan is het het beste om in de allereerste coupé te gaan zitten. Elke volgende instapper denkt dan: even doorlopen, misschien is er verderop nog wat vrij. U moet natuurlijk wel het gezicht trekken van iemand die hartstochtelijk hoest, stinkt en kwebbelt.

      ...honderd. Ik kom, Piet Grijs,

      Combinatiemogelijkheden


      met voorzetselgroep


      • kwebbelen over iets
      • kwebbelen met iemand

      Ze hebben zo vaak hun spullen niet in orde, ze zijn van alles vergeten, ze kwebbelen eindeloos over korte of lange broek, korte of lange sokken, jack aan of uit en ga zo maar door.

      Zadelpijn en ander damesleed, Liza van Sambeek,

      Hollands is een taal voor knollen, zei Matka. In gedachten zag ik de knollen voor me, in lange rijen op het land, half uit de aarde, bewegend loof als ze met elkaar kwebbelden met monden in de schil, licht gesmoord door de aarde waarin ze staken, verschrikt schreeuwend als ze uit de grond werden getrokken.

      De Hunnen. Dl. 2: Bevrijding, Jan Cremer,

      met adjectief


      • druk kwebbelen
      • eindeloos kwebbelen
      • luid kwebbelen
      • ononderbroken kwebbelen
      • opgewekt kwebbelen
      • schalks kwebbelen
      • vrolijk kwebbelen

      Cora kwebbelde opgewekt met een aantal vrouwen aan de andere kant van het gangpad.

      De hemelvaart van Massimo en Lui oog, Oek de Jong,

      Het dikke Schaapmans-mens klom vóór hem de car in, druk kwebbelend over theerozen.

      Congres in Salzburg, Monda De Munck,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen