langsrazend


langsrazend 1.0

in razende vaart ergens langs gaand; iets of iemand voorbijrazend

Algemene voorbeelden


Als grote attractie stond midden op het terrein een elektrische rupsbaan. Er brandden gekleurde lampjes die aan- en uitgingen en het plankier trilde onder de voeten van de wachtenden, zo hard was de muziek! Boven de langsrazende stoeltjes was een gouden kwast opgehangen. Wie dat ding tijdens de rit te pakken wist te krijgen, wat niet ongevaarlijk was, mocht na afloop grabbelen in een ton.

De draden van Anansi, Arthur Japin,

De kat snuffelt aan het uitgespuugde witte schuim, maar hij wil er ook niet van eten. En voor we het weten is het raam opengeschoven en bekogelen we de langsrazende spits. Fietsers krijgen een uit elkaar spattende Mini Dickmann voor hun voorwiel maar ze kijken niet op of om. Ze hebben niet eens door dat ze door ons belaagd worden.

Orion, Joost van Goinga,

Combinatiemogelijkheden


met substantief


  • een langsrazende auto

Uit een langsrazende auto klonk hyenagehuil terwijl er op de stoep een fles uiteenspatte.

Gouden bergen, Herman Stevens,

  • langsrazende automobilisten

Daar snelden auto's vol feestelijk volk langs mij heen, paasvierende gezinnen die niet voor me stopten, ook niet toen ik in mijn notitieboek met zo groot mogelijke viltstiftletters MONTEFIASCONE had geschreven, wat ik onbeschaamd vertoonde aan langsrazende automobilisten.

Het paradijs, Anton Haakman,

  • het langsrazende verkeer

Het palet van bewegende palen voor het hoofdkantoor van KNP BT. Met papier heeft het niets te maken. Ontwerper Peter Struycken koos de kleuren en de structuur met het oog op het langsrazende verkeer.

NRC,

Wat het langsrazende verkeer betreft - bij mistig weer slaat er roet neer in de vensterbank.

NRC,

'Bo zat op de achterbank, veilig ingegespt in het kinderzitje. Vermoedelijk keek hij naar het langsrazende verkeer, of speelde hij met een kastanje.'

De passievrucht, Karel Glastra van Loon,