leesblind


leesblind 1.0

niet in staat om letters, woorden en zinnen goed te lezen en te interpreteren; dyslectisch; woordblind

Algemene voorbeelden


Mijn ouders waren bevriend met een aantal schrijvers en dus gingen er bij ons thuis nogal wat gesprekken over boeken. Terwijl ik als leesblind kind helemaal niet van boeken hield.

https://www.ncrvgids.nl/gids/artikel/929/victor-reinier-nieuwsgierig-naar-mensen/

Combinatiemogelijkheden


met werkwoord


  • leesblind worden
  • leesblind zijn

Op dat moment ontving hij een brief van de bedrijfsvereniging dat hij voor tachtig tot honderd procent was afgekeurd. De Jong geloofde zijn ogen niet: "Je gaat aan jezelf twijfelen." Werd hij nou ook nog leesblind?

http://www.steungroep.nl/archief/kranten/paro20001021.txt

En dan had 'Elvis' nog iets met zijn assistente Kristen, een antropologe die leesblind was en wel eens fouten maakte met het intikken van de getallen in de computer.

NRC,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding