no way 1.0
(informeel; (vooral) gesproken taal)
Algemene voorbeelden
'De klantenrelatie is de belangrijkste software van grote ondernemingen in deze eeuw. Elke gewone klant is er een om zuinig op te zijn. Onrendabele klanten bestaan niet. Je hebt wel onrendabele bedieningsconcepten. Bij ons wordt niet geselecteerd aan de poort, no way.'
"Ik rijd van maandag tot vrijdag elke morgen om zeven uur (no way) naar mijn werk, maar niet in het weekend."
Kasrils: 'De regering stelde voor dat het bestaande leger de kampen zal bewaken. Wij zeiden: no way.'
'Zomaar uit het niets voor jezelf beginnen? No way! Je hebt elkaar allemaal nodig, voor de tips, de inside information.'
Een afspraak met Carl? "No way", is zijn eerste reactie, nadat hij zelf ter begroeting op ons was afgestapt. "Neen, zelfs niet na afloop van de trials."
"Ik ben géén pede, man. No way. Onthou dat goed."
no way 2.0
(informeel; (vooral) gesproken taal)
Algemene voorbeelden
Ik snak naar een kop koffie en een broodje. No way dat deze garage daarin voorziet.
"Dat was voor niks? Heb ik daarvoor gebikkeld? No way dat ik dat laat gebeuren."
No way dat ze mij van mijn spinnenfobie zouden afhelpen.
Dansstudente Soazic Reek valt met haar lengte in de Knabbel- en Babbel-categorie (1.60 meter). Maar no way dat ze in zo'n pak gaat rondlopen.