pissed 1.0
(emoties; neologisme)
Algemene voorbeelden
'Heb je enig idee hoe pissed ik werd toen ik hoorde dat jij mensen uithoorde over mij?'
Terwijl de transfer van Barcelona-aanvaller Boudewijn Zenden naar Lazio Roma nog altijd in een impasse verkeert, moet zijn teamgenoot Ronald de Boer vrezen dat voor hem geen plaats meer is bij de Catalaanse voetbalclub. Tot zijn grote woede ontbrak de 30-jarige middenvelder gisteravond in de selectie van Barcelona voor de eerste wedstrijd van het Amsterdam-toernooi tegen Arsenal. Frank de Boer was na de 2-1 zege op de Engelse ploeg somber gestemd over de toekomst van zijn tweelingbroer. "Ronald was pissed, dit is een slecht voorteken'', zei hij.
Combinatiemogelijkheden
met voorzetselgroep
Voorzetsel: op
- pissed op iemand
- pissed over iets
"Wat ik vooral zo leuk vind, is dat HMG vast erg boos is over de actie van Mulder. Ze zijn daar echt pissed op ons."
„U zei op het politiebureau: ik heb een paar wijntjes gedronken en ik heb wiet nodig." „Ik heb er spijt van. Ik ben mijn rijbewijs kwijt, heb mijn auto verkocht en mijn ouders zijn een flinke tijd pissed op me geweest. Sorry voor alles, sorry." Sandra heeft geen strafblad. Ze heeft vanwege dit feit al een rijontzegging gekregen en vertelt de rechter dat ze haar rijbewijs niet meer gaat verlengen.
Toen de opname er eigenlijk op zat, werd hem gevraagd om „een allochtoons accent te doen". „Daar was ik toen echt pissed over. Het ministerie bood excuses aan, maar het is me nooit duidelijk geworden wie dat nou had bedacht. De opdrachtgever, de regisseur, of het castingbureau?"
Etymologie
Aard herkomst | leenwoord |
---|---|
Vroegste datering | 2000 |
Brontaal | Amerikaans-Engels |
Vorm in brontaal | pissed |
Betekenis in brontaal | idem |