plusdochter


plusdochter 1.0

((vooral) in België; neologisme)

dochter die niet iemands eigen biologische of geadopteerde dochter is, maar de biologische of geadopteerde dochter van een partner; dochter van wie minimaal een van de ouders een partner heeft die niet haar biologische ouder of adoptieouder is; dochter van iemands partner uit een eerdere relatie; bonusdochter; stiefdochter
Het woorddeel plus drukt net als bonus in bonusdochter uit dat de stiefdochter een aanwinst is voor haar stiefouder.

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een plusdochter…

is een dochter; is een kind; is een familielid

      Algemene voorbeelden


      Die snorvormige witte aftekening op de snuit, die witte voetjes: ik herkende meteen onze kat die op 9 december 2019 hier buiten was gewandeld om nooit meer terug te keren. Tot grote spijt van mijn dochtertje Noor (7) en plusdochter Julie (6).

      Gazet van Antwerpen,

      De 53-jarige Alwin B. uit Beringen is maandagnamiddag naar de gevangenis gestuurd op verdenking van poging tot moord op zijn 46-jarige vrouw en 28-jarige plusdochter.

      Het Belang van Limburg,

      "Ik heb al jaren een prachtige en getalenteerde plusdochter, maar na mij zal de naam Demey verdwijnen. Dat doet raar. Maar misschien moet het gewoon zo zijn."

      Gazet van Antwerpen,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      Etymologie


      Aard herkomst inheems woord
      Vroegste datering 2016