seinwachter


seinwachter 1.0

iemand die voor zijn beroep de seinen voor het treinverkeer bedient in een station of in een seinhuis naast het spoor; bediener van seinen

Algemene voorbeelden


Ik wacht tot zij plaats neemt in de eerste klas en de seinwachter het vertreksignaal geeft.

Hongarije, Lieve de Boeck (ed.),

In de glazen kamer van de seinwachter voelt men zich heer en meester over het spoorwegnet.

NRC,

Af en toe reed de trein rinkelend een seinhuis voorbij. Eentje van het type dat je vroeger in Hollandse jongensboeken tegenkwam. Het werd bewoond door een seinwachter met een moedige zoon, die op een nacht de bestuurder van een blind aanstormende locomotief voor groot onheil had gewaarschuwd.

De Standaard,

Inmiddels weet heel Engeland dat een seinwachter, die het leven van duizenden reizigers in zijn hand heeft, per uur minder verdient dan een schoonmaker, maar dat liet de minister van vervoer, John McGregor, onverschillig.

NRC,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen