sma 1.0
((vooral) in Suriname; (vooral) in Nederland; informeel)
Semagram (extra betekenisinformatie)
Een sma…
is een vrouw; is een persoon
Algemene voorbeelden
Sidney was een fatsoenlijke boi, had nooit gehosseld en had plechtig verklaard dattie nooit met veldmeiden had gerommeld, daar konden p'pa en m'ma Duivenpoort van op aan. Haar ouders gaven hun zegen aan het huwelijk want Pompier was een goeie familie en Iris een mooie sma voor Sidney. Drie maanden woonden zij in bij p'pa en m'ma Pompier in de Pijp, daarna konden ze in onderhuur een etage betrekken in Bos en Lommer.
"Nou, Sjaak doet het goed, moet ik zeggen, net zoals die ene die Peetje via de radio nadoet." "Wie begon toen te applaudisseren?" "Mooie case om na te trekken." "Geen tekenen van goed- of afkeuring uit de zaal, zie tante Jenny streng. Ja mang, die sma is goed."
'Georgio vindt het niet nodig om haastte maken met het zoeken van een partner. 'Waarom moet dat? Misschien blijf ik wel mijn hele leven alleen. Of misschien ga ik bij een vriend inwonen.' Soms ontmoet hij wel een leuke sma, maar leuk alleen, dat is niet alles.
Woordfamilie
Als deel van een afleiding
Etymologie
Aard herkomst | leenwoord |
---|---|
Vroegste datering | 1994 |
Brontaal | Sranantongo |
Vorm in brontaal | sma |
Betekenis in brontaal | idem |