welven


welven 1.0

(poëtisch/literair)

een licht gebogen vorm hebben zoals een gewelf, zich in een boog vertonen; specifieker ook: zich boogsgewijs uitstrekken of uitspannen

Semagram


Welven…

is een toestand

      Combinatiemogelijkheden


      met subject


      • biceps
      • boezem
      • borst
      • buik
      • heup
      • rug

      Hij streelde, zoals iedere avond, zijn glanzende schouders, de bicepsen die zich welfden onder de huid van zijn bovenarmen. Hij zoog langzaam enkele liters lucht naar binnen en keek vol welbehagen naar zijn als een ballon opzwellende torso.

      De hemelvaart van Massimo en Lui oog, Oek de Jong,

      Ik begrijp niet hoe ik tot nu toe over de rotanstoel heb kunnen heen kijken [...]. Hij heeft een hoge, rechte rug waarvan alleen de bovenste lijn lichtjes welft.

      Buiten regent het, Gerda Van Erkel,

      met voorzetselgroep


      • zich welven boven iets
      • zich welven over iets

      Ik keek rondom mij en de vlakte was leeg en vertrouwd. De mateloze hemel welfde breed over mij en aan de horizont lagen de vele kleine kerkjes met hun brede zadeldaken, als grote, zwarte vogels met uitgespreide vleugels te broeden in de voorjaarswei.

      De lange geboorte, Lut Ureel,

      Hoog boven de perrons welfde zich de overkapping, donker en ontzagwekkend als de hemel.

      Opwaaiende zomerjurken, Oek de Jong,

      De volgende dag togen we te voet naar een spectaculaire, eeuwenoude brug die zich over een angstaanjagend diepe kloof welfde. Vandaar af renden we, onder leiding van een gids, de helling af, naar een dorpje ver onder ons.

      http://blogger.xs4all.nl/chartenv/archive/2008/05/23/391589.aspx,

      Woordfamilie


      Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


      welven 2.0

      (poëtisch/literair)

      iets een geronde, gebogen vorm geven

      Semagram


      Welven…

      is een handeling

          Combinatiemogelijkheden


          met object


          • de lippen welven
          • een boezem welven

          Wie kende Mink niet op het plantsoen. Een knappe vrolijke snuiter, voor wie de vrouwen in de buurt snel hun haar schikten en hun boezem welfden, hem toelachten als hij voorbij kwam.

          De Hunnen. Dl. 3: Vrede, Jan Cremer,

          Ze welft haar lippen en op haar gezicht verschijnt langzame verwondering en een schuchterheid die berekend is en haar blik afwezig en nadenkend maakt.

          Weerloos, Jan Siebelink,