garçon


garçon 1.0

((vooral) in België)

mannelijke bediende die voor zijn beroep of als bijbaan drankjes, gerechten e.d. serveert in horecagelegenheden, zoals een café of restaurant; kelner; ober

Semagram


Een garçon…

is een persoon

      Hoofdsemagram: ober


      Algemene voorbeelden


      Er waren eens mensen die een garçon een negatieve opmerking maakten over het voorgerecht. Een kwartier lang gebeurde er niets. Toen kwam die garçon terug, ruimde de hele tafel af en verzocht het gezelschap om het restaurant te verlaten.

      De Standaard,

      Als een garçon niet in de weer is met bestellingen opnemen, drankjes brengen of tafels afruimen staat hij netjes in de houding aan de verste grens van zijn 'territorium' waar hij als een generaal het slagveld overschouwt.

      Mise-en-scène, Axel Bouts,

      Zijn arm blijft daar hangen en hij wuift een garçon naar ons tafel. 'Een whisky,' zegt hij.

      Ars vivendi; Maten, Jan De Leeuw,

      Combinatiemogelijkheden


      met ander, nevengeschikt substantief


      • garçons, koks, hostessen, enzovoort
      • garçons en serveuses

      Hierin is één persoon voltijds bezig met het beheer van een personeelsbestand van honderdtwintig garçons, koks, hostessen, enzovoort, waaruit we bij elk evenement dat we organiseren, een selectie kunnen maken.

      De Standaard,

      Op weekdagen werd het badoord bovendien door nachtvolk bezet. Garçons en serveuses van het statiekwartier, en op maandag ook coiffeurs en coiffeuses, want dat was hun vrije dag; gouden brazeletten waarin hun troetelnamen stonden gegraveerd, dure cachetringen en indrukwekkende allumeurs met initialen.

      Het blije lijden, Alex Rosseels,

      Woordfamilie


      Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


      • garçonrok

      garçon 2.0

      ((vooral) in België, verouderend)

      ongehuwde, meestal jonge jongen of man; vrijgezel

      Semagram


      Een garçon…

      is een persoon

      • [Leeftijd] is meestal nog jong
      • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is ongetrouwd
      • [Geslacht] is een man

        Algemene voorbeelden


        Niet zij heeft de non afgesnauwd, maar die garçon, haar medeplichtige, met wie zij zich in het zicht van iedereen, vóor de poort van het institut - quelle audace! - gecompromitteerd heeft.

        Emily Beyns, of Het heilig zwijgen. Dl. 1: Verwanten, Clem Schouwenaars,

        Ik nam het laatste geld uit haar portemonnee en ik ging op zoek naar een boerderij waar nog koeien stonden. Ik liep tot voorbij het gehucht, ik raakte uitgeput. Tot ik eindelijk een koe hoorde loeien. De boerin deed de deur open. Ik zei: "madame, u zult me toch wel een beetje melk kunnen verkopen?" "Ik heb geen melk, mon garçon", zei ze.

        Berthold 1200, Paul Koeck,