à deux pas 1.0
(Frans, letterlijk 'op twee stappen') in de directe omgeving; op een steenworp afstand
(van); vlakbij
Algemene voorbeelden
Kortom, L. was een soort ongewild openluchtmuseum, met een goed, niet gestandaardiseerd hotelletje. Wuppertal is slechts à deux pas. Daar was een tentoonstelling van het echtpaar Otto en Paula Modersohn-Becker (1865-1943 en 1876-1907), beiden uit de expressionistische school van Worpswede.
Combinatiemogelijkheden
met werkwoord
- à deux pas liggen van (iets)
De bastide ligt 'à deux pas' van het kasteel van Entrecasteaux en minder dan tien minuten rijden van Cotignac.
- à deux pas verwijderd zijn van (iemand of iets)
O Saint-Pompon, hoe erg is het dat ik u heb moeten verlaten [...]. Ik ben jaloers op Herbert omdat hij nog een week bij u is. Ik ben jaloers op Albert die het hele jaar door à deux pas van u verwijderd is.