à trois


à trois 1.0

(Frans) met z'n drieën; met drie personen
Vooral in enige combinaties en vaste verbindingen gebruikt.

Combinatiemogelijkheden


met substantief ervoor


  • een gesprek à trois
  • een onderonsje à trois

Eind januari 2003 zaten Bos en Balkenende zes dagen na de verkiezingen al samen aan de formatietafel. De verkenner namens majesteit heette toen Piet Hein Donner, sinds vorige week Tweede Kamerlid voor het CDA. 'We zijn net egeltjes', zei Bos na dat eerste gesprek à trois. 'De liefde ontluikt voorzichtig.'

http://www.volkskrant.nl/binnenland/de-egeltjes-scharrelen-weer-over-het-binnenhof~a802935/,

Was ik de stagebegeleider geweest van de coassistente, dan had ik haar teruggestuurd naar de huisarts en gevraagd een gesprek à trois te organiseren.

https://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:JBMtC8LiLDIJ:https://akasdorp.wordpress.com/page/947/%3Fapp-download%3Dandroid+&cd=5&hl=nl&ct=clnk&gl=nl&lr=lang_nl,

Daarna kwam Gent. Daar zouden de regeringsleiders van de EU bijeenkomen, maar tot ieders verrassing lieten Blair, Chirac en Schröder die bijeenkomst voorafgaan door een onderonsje à trois.

http://www.nrc.nl/handelsblad/2001/10/25/europa-en-de-buitenwereld-7562441,

Vaste verbindingen