aftaaien


aftaaien 1.0

((vooral) in Nederland, informeel)

min of meer plotseling ophouden met een activiteit en weggaan; (plotseling) stoppen met iets; (plotseling) vertrekken; afnokken
Oorspronkelijk afkomstig uit de zeemanstaal en verbasterd uit Engels to tigh up '(een schip) opbinden en daarna weggaan'.

Semagram


Aftaaien…

is een handeling

      Algemene voorbeelden


      De Rotterdamse haven heeft het Nederlands verrijkt met "steenkoolengels " het taaltje dat werd gebezigd bij het uitladen van Engelse kolenboten. "Afnokken" (knock off), "halve zool" (asshole), of "aftaaien" hoewel Tie off nooit werd gebruikt bij het aanmeren van boten, alleen tie on."

      NRC,

      Je kan een boel zeggen over Luke, maar het is geen lafbek. Toen het Imperium Hoth aanviel stond Luke vooraan. [...]. Solo daarentegen weet niet hoe snel hij moet aftaaien. Bibberend als een vijfjarig meisje vlucht hij weg in zijn schip terwijl de organisatie die hem heeft de afgelopen jaren heeft onderhouden wordt weggevaagd.

      http://home.planet.nl/~kuykh000/14.HTM

      In de gang stond één iemand en die zei van: 'oprotten, eruit hier', waarop wat andere mensen uit de groep agressief tegen die jongeman opgetreden zijn. Dat is voor mij het moment geweest dat ik ben weggegaan. Het was niet meer mijn sfeer, het liep uit de hand en ik ben afgetaaid.

      http://www.iisg.nl/~staatsarchief/boek/Stadfrm.htm,

      Eerst even langs de Nederlandse Yorin bar, waar de krijsende en hossende Nederlandse après skiërs ons al opwachten. Daar in dat kleine café…….. Aftaaien! Op naar de discotheek waar een Baco'tje 8 euro kost.

      http://www.funsportmakkum.nl/HTML/Events/Wintersport2002/story.html,

      'Terwijl voor hen het Servische vuur oprukte, stonden achter hen onze moslimvrienden met antitankwapengeschut te dreigen om ze naar de andere wereld te helpen als ze weigerden met hen mee te vechten. De moslimstrijders - of wat er van hen was overgebleven, er waren er al heel wat afgetaaid - waren er beroerd aan toe. Ze maakten een volkomen verdwaasde indruk.'

      http://www.groene.nl/1998/34/rz_dutchbat.html,

      Combinatiemogelijkheden


      met bijwoord


      • gehaast aftaaien

      'Kom op Nina, neem er nog eentje, please, doe het voor mij.' Max en Jacqueline laten zich niet verleiden en taaien gehaast af. Het is langgeleden dat ik me heb laten overhalen om eens ouderwets door te zakken. Ik weet dat ik dit morgen ernstig moet bezuren.

      Zadelpijn en ander damesleed, Liza van Sambeek,

      met voorzetselgroep


      Voorzetsel: naar

      • aftaaien naar

      Hoe vreemd het ook mag lijken, het feit dat ik bereid was mijn noodrantsoen met hen te delen, verstevigde de band die tussen ons vieren was gegroeid. Zij trokken mijn instructies niet meer in twijfel en zeurden er niet meer over; het scheen dat ik hun respect en hun vertrouwen had verdiend (wat ze niet wisten dat zij ook mijn vertrouwen hadden gewonnen door niet met die vier anderen af te taaien naar Bald-bagh!).

      Jihad, Tom Carew,

      Voorzetsel: uit

      • aftaaien uit

      Hoeveel onschuldigen moeten nog sterven voordat de Israeli's hun illegale kolonies opgeven? Slachting toont maar weer eens aan dat het hoog tijd is voor (zwaar) gewapende aanwezigheid van VN troepen in de bezette Palestijnse gebieden. Voordat de Israeli's aftaaien uit Gaza houden ze nog even een paar keer "grote schoonmaak".

      http://indymedia.nl/nl/2004/03/17305.shtml

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      • aftaaier

      aftaaien 1.1

      ((vooral) in Nederland, informeel)

      (in pregnant gebruik) uit deze wereld weggaan; doodgaan; overlijden; sterven

      Algemene voorbeelden


      'Ik heb niet lang meer.' 'Noem eens een tijd.' 'Een maand of negen nu misschien.' [...]. 'Ik wilde alleen mijn schulden zoveel mogelijk betaald hebben voor ik aftaai. En wat dat seropositieve betreft, dat is eigenlijk bijna een opluchting. Alsof we allemaal lid zijn van één grote sterfclub.'

      Alle families zijn psychotisch, Douglas Coupland,