armoedefuik


armoedefuik 1.0

(gezondheid, geneeskunde en zorg)

toestand van armoede waarin mensen blijven vastzitten, als in een soort fuik; toestand van armoede waaraan niet valt te ontsnappen; onontkoombare toestand van armoede

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een armoedefuik…

is een toestand

  • [Duur] is meestal een voortdurende toestand waarin mensen in armoede blijven vastzitten
  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is een toestand van onontkoombare armoede

    Algemene voorbeelden


    Volgens een schatting van de Verenigde Naties beschikt tachtig tot negentig procent van de bevolking van Luanda niet over een geldig eigendomsdocument. Dat betekent niet alleen dat de bulldozer ieder moment voor de deur kan staan. Zonder eigendomsrecht en zonder onderpand is een lening bij een bank onmogelijk. In die armoedefuik ziten niet alleen de armen van Angola, maar van het hele continent. 'Eigendomsrechten zijn er alleen voor een kleine elite', zegt Pacheco Illinga, onderzoeker bij de Development Workshop, een organisatie die juist een boek publiceerde over landrechten in Angola. 'Je moet lid zijn van de juiste partij.'

    NRC Handelsblad,

    Wetenschappers zoeken de nuance. Hoewel: ook in de VS woedt een strijd over het nut van ontwikkelingshulp die ook politieke tintjes heeft. Hoofdrolspelers daarin zijn Jeffrey Sachs en William Easterly. Volgens Sachs, drijvende kracht achter de Millenniumdoelen voor armoedebestrijding, zitten arme landen in een armoedefuik waar ze in blijven als rijke landen hun geen duwtje in de rug geven. Easterly vindt dat het verleden heeft aangetoond dat hulp eerder negatieve dan positieve effecten heeft gehad, en spreekt van 'koloniale hoogmoed'.

    Trouw,

    De economische opleving gaat aan de mensen met de laagste inkomens voorbij. Het paarse kabinet biedt de minima "een pas op de plaats in de armoedefuik", aldus P. Rosenmöller, fractievoorzitter van GroenLinks, vanmiddag tijdens de Algemene en Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer. "Beter dan met de zelf de zelfgekozen formule werk-werk-werk laat paars zich typeren door het credo: markt-markt-markt."

    NRC Handelsblad,

    Etymologie


    Aard herkomst inheems woord