bakeliet ®


bakeliet ® 1.0

afbeelding

Bron: Kornelia und Hartmut Häfele
( CC BY-SA 3.0 )

meestal donkerkleurige, harde kunsthars die vooral in de jaren vijftig van de twintigste eeuw veel gebruikt werd voor het maken van schalen, (radio)kastjes, telefoontoestellen en stopcontacten
Het materiaal is genoemd naar de Gentenaar Leo Baekeland. De merknaam Bakelite werd voor het eerst gedeponeerd in Duitsland op 22 mei 1909.

Semagram (extra betekenisinformatie)


Bakeliet…

is een kunststof; is een stof

  • [Kleur] heeft vaak een donkere kleur
  • [Samenstelling] bestaat uit een mengsel van fenol en formaldehyde
  • [Tijd] werd aan het begin van de twintigste eeuw uitgevonden en werd vooral veel gebruikt in de jaren vijftig van de twintigste eeuw
  • [Stoffelijke eigenschap algemeen] is hard, hittebestendig en vochtbestendig, heeft een lage elektrische geleidbaarheid en is gemakkelijk in allerlei vormen te persen
  • [Stoffelijke eigenschap algemeen] is een synthetisch kunstharsproduct
  • [Gebruikswijze] werd onder meer veel toegepast in deurklinken, handvatten van bv. pannen, in schalen, grammofoonplaten, radiokasten, telefoontoestellen, stekkers, stopcontacten en als tussenlaag in geleiders

Algemene voorbeelden


In 1923 begon Philips in Eindhoven een eigen bakelietfabriek voor de aanmaak van radio's en luidsprekers. Aanvankelijk was bakeliet een handige vervanger van natuurlijke materialen zoals hout en been, ivoor en steen, meer niet. Pas na 1920 gingen de vormgevers zich ervoor interesseren en komen er mooi gestroomlijnde objecten op de markt in modieuze art-decostijl.

De Standaard,

Met de uitvinding van nieuwe materialen - bakeliet, bijvoorbeeld, en celluloid - en het gebruik van niet-edele grondstoffen ontworstelden ontwerpers zich aan het keurslijf van goud en diamant en kregen ze de vrijheid om te experimenteren.

NRC,

Combinatiemogelijkheden


met voorzetselgroep


Voorzetsel: van

  • de asbak van bakeliet
  • een deurknop van bakeliet
  • een radio van bakeliet

Uit een radio van donkerbruin bakeliet, in de vorm van een overlangs doorgesneden ei, weerklonk een kinderprogramma.

De aanslag, Harry Mulisch,

De mandiekamer heeft een deurknop van bakeliet. Het plastic van de dertiger jaren. Terwijl ik tastend langs de deurpost naar de schakelaar zoek zie ik de asbak van bakeliet voor me die Bob me op mijn achttiende verjaardag gaf.

De kus, Jan Wolkers,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen