bijw. 1.0
(taal en taalkunde; (vooral) geschreven taal)
Algemene voorbeelden
Homoniemen staan in de orde znw., bnw. (bijw.), telw., vnw., ww., vz., voegw., tussenw., tenzij de etymologie zich daartegen verzet.
Welluidend. Woordsoort: bnw., bw. [...]. bnw. en, minder vaak, ook bijw. Uit wel (V) en luidend, het tegenw. deelw. van luiden (I) of, minder wrsch., direct gevormd vanuit welluiden of de verb. wel luiden.
Selecteer de juiste afkorting: voorzetsel = vz, bijwoord = bijw of voegwoord = vw.
Dikkels, bijw. Er zijn nog geen beschrijvingen van "dikkels, bijw." in onze databank. Voeg een nieuwe beschrijving toe aan onze databank!
Waar1, de, waren [wa·ren]; waar2, bnw.; ware [wa·re]; waar3, bijw.; waaraan [waar·aan], bijw.; waarachter [waar·ach·ter], bijw.; waarachtig [waar·ach·tig], bnw.
bijw. 2.0
(taal en taalkunde; (vooral) geschreven taal)
Algemene voorbeelden
Voorzetselconstituenten zijn over het algemeen complementen met de functie van bijvoorbeeld meewerkend voorwerp of bijwoordelijke bepaling. Bijvoorbeeld: in de stad (bijw. bep. van plaats), op school (bijw. bep. van plaats).
Het bijw. gebr. dateert van de tweede helft van de 18de eeuw. Na 1895 is het woord in ons materiaal buiten de wdb. niet meer aangetr.
De bijwoordelijke bepalingen, zoals bijv. de bijw. bepaling van plaats: Ze werkt in de keuken; de bijw. bepaling van tijd: Kom morgen terug; - de bijw. bepaling van middel: Laten we per fiets gaan; de bijw. bepaling van manier: Hij eet te vlug; de bijw. bepaling van modaliteit: Weet u soms waar ze woont?