bikepacker


bikepacker 1.0

(transport, verkeer en reizen; neologisme)

iemand die doet aan een avontuurlijke vorm van recreatief fietsen met weinig bepakking, op een lichtgewicht fiets die geschikt is voor onverhard terrein

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een bikepacker…

is een fietser; is een reiziger; is een persoon

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is avontuurlijk en niet op comfort gericht

    Algemene voorbeelden


    Zoals een mountainbike verschilt van een degelijke vakantiefiets, zo is bikepacking iets heel anders dan een fietsvakantie. De rage komt overwaaien uit de VS. Met tassen in en aan het frame van hun fiets trekken bikepackers door de woeste natuur, alleen de hoogstnoodzakelijk bagage gaat mee. Echt iets voor avonturiers die eens een weekend wat anders willen.

    Trouw,

    Thomas is al jaren een fanatieke bikepacker, maar zet na een carrière als vastgoedman zijn eerste stappen in de fietsbusiness.

    Het Nieuwsblad,

    Yannick en Yasmijn hebben nog wel meer tips voor bikepackers. "Je neemt snel te veel mee, wij hebben onderweg drie keer een doos met kleren en spullen naar huis gestuurd."

    Gazet van Antwerpen,

    Woordfamilie


    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    Overige woordfamilieleden


    Etymologie


    Aard herkomst inheems of leenwoord
    Vroegste datering 2016
    Brontaal Engels
    Vorm in brontaal bikepacker
    Betekenis in brontaal idem