fietsdelen 1.0
(transport, verkeer en reizen; neologisme)
Semagram (extra betekenisinformatie)
Fietsdelen…
is delen; is een activiteit
Algemene voorbeelden
Amsterdam is de bakermat van het fietsdelen, oftewel bikesharing. In de zomer van 1965 lanceerde provo Luud Schimmelpennink zijn utopische wittefietsenplan. Maar de witgeschilderde fietsen die iedereen na gebruik op straat moest achterlaten, verdwenen al rap in privé-bezit. Het duurde tot in de jaren negentig, maar het fietsdelen is inmiddels tot een mondiaal fenomeen uitgegroeid.
'Ik zou dit geen deelfietsen, maar strooifietsen noemen', zei Marco te Brömmelstroet, docent stedelijke planning aan de Universiteit Amsterdam in het NRC Handelsblad. 'De aanbieders ervan hebben een buitengewoon agressieve aanpak. Ze willen zo snel mogelijk een marktaandeel verwerven.' Vandaag zijn in Brussel al twee aanbieders van freefloating fietsdelen actief: oBike en GoBee.bike, samen goed voor zo'n zevenhonderd fietsen.
Brugge investeert ook in fietsdelen. Iedereen met een abonnement op Blue-Bike, het fietsdeelsysteem met standplaatsen aan het station, kan in Brugge gratis op de blauwe fietsen springen.
Uit de bevraging blijkt nog dat 69 procent van de Belgische bedrijven met een car policy ook alternatieven aanbiedt. Het openbaar vervoer is daarbij het populairste, maar ook auto- en fietsdelen is in opmars.
Woordfamilie
Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen
Als deel van een samenstellende samenstelling
Etymologie
Aard herkomst | inheems woord |
---|---|
Vroegste datering | 2010 |
Samenhangende woorden (betekenis) | bakfietsdelen; deelfiets; stepdelen |