handdoek


handdoek 1.0

doek van badstof die wordt gebruikt om zich na het baden, douchen of zwemmen mee af te drogen; badstoffen doek om zich mee af te drogen

Semagram


Een handdoek…

is een doek

  • [Gevoelsindruk] heeft vaak een zacht, niet glad oppervlak
  • [Omvang concreet] is groter dan een keukenhanddoek, maar meestal kleiner dan een badlaken
  • [Vorm] is rechthoekig
  • [Materiaal] is gemaakt van badstof
  • [Functie] wordt gebruikt om zich na het baden, douchen of zwemmen mee af te drogen
  • [Plaats] wordt gebruikt in de badkamer
  • [Gebruikswijze] wordt ook gebruikt tijdens en na het sporten

Algemene voorbeelden


Mijn vader stond zich af te drogen. Ik keek op. Onze blikken kruisten elkaar in de spiegel [...]. Hij hing onwennig de handdoek op het rek. Kwam op me toe, zweeg en nam mijn kin in zijn handen.

Mijn tweede huid, Erwin Mortier,

Grote zachte badlakens, praktische en mooie handdoeken en leuke bijpassende washandjes. Kiest u voor effen wit, geel, zalmroze, lichtblauw, acid-groen of mint? In dezelfde kleuren zijn ze er ook in streepdessin, gecombineerd met wit.

http://www.jongste.nl/

Combinatiemogelijkheden


als subject bij een werkwoord


  • liggen

Wanneer ik Boons liftreportage uitgelezen heb, aan de betegelde zwembadrand van Hotel Ravelingen in Oostende, zijn de drie kinderen verfrommeld van de chloor. Gesakker. In de kleedhokjes liggen handdoeken kletsnat op de grond.

De Noorse vinvis, Koen Peeters,

als object bij een werkwoord


  • een handdoek gebruiken
  • een handdoek omslaan
  • een handdoek pakken

Hoewel u na een paar minuten weer nat zult zijn van het zweet is het toch van belang dat het douchen wordt gevolgd door een grondige afdroogbeurt. De handdoek die u daarvoor gebruikt moet bij voorkeur niet dezelfde zijn die u gebruikt in de saunakabine.

http://www.thermenoosterhesselen.nl/

Sarah kwam uit de douche toen ik de hoorn neerlegde. Ze had een grote handdoek omgeslagen en een kleinere nog opgevouwen in haar hand. Toen ze naar haar kleren liep om te kijken hoe het daar mee was, rook ik de frisse geur van zeep en shampoo.

Crisis four, Andy McNab,

'Een paar gekneusde ribben, meer niet.' 'Echt niet?' 'Nee. Maak een bak koffie voor me.' 'Ik zal je eerst droogwrijven.' Ze pakte een handdoek. 'Dat hoeft niet.' Het was nauwelijks nodig: het was warm, het meeste vocht op zijn lichaam was al verdampt.

Hokwerda's kind, Oek de Jong,

'Is the water good?' vroeg hij met zijn onprettige nasale stem. Zijn hand raakte even haar voet aan. Eva deed een stap opzij, pakte een handdoek uit haar tas en begon zich af te drogen. Het badstof had de muffe geur van het slijk uit het meer. 'Dirty water,' antwoordde ze.

Alle vogels van de wereld, Daphne Buter,

met adjectief ervoor


  • een droge handdoek
  • een natte handdoek
  • een ruwe handdoek
  • een schone handdoek
  • droge handdoeken
  • schone handdoeken
  • zachte handdoeken

Er was geen bad, alleen een douche, een wastafel en een toilet. Het vertrek zag eruit alsof ze vanochtend nog was opgestaan, zich had gewassen en naar kantoor was gerend. Een droge, maar gebruikte handdoek lag op de grond naast een wasmand, half gevuld met spijkerbroeken, ondergoed en panty's.

Crisis four, Andy McNab,

Als ze heeft gedoucht, wikkelt ze een handdoek om haar natte lijf en holt druppend naar haar slaapkamer. Waar ze de natte handdoek op de grond laat vallen.

Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

Terwijl zij zich na een hete douche afdroogde - hij lag op bed en keek hoe de ruwe handdoek om haar mooie lichaam draaide - vertelde zij dat zij zich interesseerde voor het spanningsveld tussen de maatschappelijke werkelijkheid en de kritische theorie, ofwel voor de politieke aktie.

Vertraagde roman, Leon de Winter,

Later, onder de douche in Ewa's bad, met op de randen flesjes en tubes en potjes en andere zinloze schoonheidsmiddelen waarmee haar gastvrouw zich omringde, bracht Ewa een schone handdoek.

Over de grens, Chaja Polak,

Maar lakens waren een probleem geweest, iedere middag een schoon stel op het bed, verse bloemen in de vaas, schone handdoeken in de badkamer. Na drie dagen was hij bij zijn zus gaan aankloppen. Om lakens te lenen.

Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

Na het modderbad stapt u onder een warme en koude douche. Daarna wordt u flink drooggewreven met droge, zachte handdoeken.

http://www.pbg.nl/

met adjectivisch voltooid deelwoord


  • de opgerolde handdoek
  • een opgerolde handdoek

En inderdaad, gaf hij toe terwijl hij de sleutel in de deur stak, misschien was het ook wel onverantwoord om op zijn leeftijd zonder medische keuring vooraf opeens fanatiek te gaan sporten. 'Ik ben er, schat!' riep hij geruststellend, terwijl hij zijn montycoat aan de kapstok hing en de opgerolde handdoek op de onderste tree van de trap deponeerde.

De natte gemeente van Koos Tak, Rijk de Gooijer & Eelke de Jong,

Tenslotte kunt u uw hoofdpijn verminderen door in een ruimte te gaan liggen, waar lawaai en scherp licht niet doordringen. Leg daarbij een opgerolde handdoek of kussentje onder uw nek, zodanig dat uw hoofd niet naar voren wordt geduwd.

http://www.chiropractie-vanbeest.nl/

met voorzetselgroep


Voorzetsel: om

  • een handdoek om zijn heupen
  • een handdoek om haar hoofd
  • een handdoek om de nek

Jem haalde zijn schonkige schouders op. Zijn haar was nog nat van de douche. Hij stond met een handdoek om zijn heupen voor de spiegel.

Zonder genade, Renate Dorrestein,

Moeder kwam in haar nachtjapon binnen terwijl ze haar handen insmeerde met lotion. 'Wat is er?' vroeg ze. Met die handdoek om haar hoofd gewikkeld was ze net een swami.

Cherry, Mary Karr,

Pieter van den Hoogenband liep zich zaterdag niets vermoedend met een handdoek om de nek voor te bereiden op de afvalrace tijdens het Zwemgala, toen staatssecretaris Terpstra hem naar voren riep voor de huldiging van Zwemmer van het jaar 1994.

Meppeler Courant,

in voorzetselgroep


  • met een handdoek

Met een handdoek over het zwetende hoofd zat Mario Stanic gisteren in de verzorgingszaal van Club Brugge te fietsen. Contractuur in de hamstring, rust en medicatie tot donderdag.

De Standaard,

Vaste verbindingen


de handdoek in de ring werpen

Zie: de handdoek in de ring werpen

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


handdoek 1.1

grote badstoffen handdoek die wordt gebruikt om zich af te drogen na het zwemmen en tevens om op te zitten of liggen, bijvoorbeeld bij het zwembad of op het strand; badhanddoek; badlaken

Betekenisbetrekking


specialisering
Betrokken betekenissen 1.0 : 1.1

Semagram


Een handdoek…

is een doek

  • [Gevoelsindruk] heeft vaak een zacht, niet glad oppervlak
  • [Omvang concreet] is groot
  • [Vorm] is rechthoekig
  • [Materiaal] is gemaakt van badstof
  • [Gebruikswijze] wordt gebruikt om zich mee af te drogen na het zwemmen en om buiten op te liggen of te zitten

Algemene voorbeelden


Met een handdoek om zich heen staat hij naar de zee te kijken. Papa, waarom sta je daar met die handdoek zo gek om je heen geslagen? Liefje, het is erg warm vandaag, je moet uitkijken dat je niet verbrandt. Zijn huid ziet donkerbruin. Nee, nee, hij wil geen zonnebrandolie, de handdoek beschermt hem.

Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

In processie lopen we langs het smalle rotspad naar het ene zandstrand van het eiland. Hij draagt de tas met de handdoeken en de fles water, zijn dochter de tas met de snorkels en de duikbrillen, mijn dochter een rugzakje met hun walkmans en boeken, ik de tas met de picknick, de zonnebrandolie en onze boeken.

Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

Overal hingen spiegels. Die had Ingrid niet nodig om zich ervan te vergewissen dat ze mooi was. Dat las ze wel in de ogen van de mannen op straat en op het strand. Freek scheen het niet op te vallen, maar zij voelde die blikken zelfs als ze met gesloten ogen in een strandstoel zat of op haar buik op een badhanddoek lag. Enorme handdoeken waren het met in het midden in geborduurde steenrode letters 'Hotel Splendide'.

Verbroken zwijgen, J. Bernlef,

Combinatiemogelijkheden


als object bij een werkwoord


  • de handdoek uitspreiden
  • een handdoek uitspreiden

Vlak boven hem dreven de meeuwen voorbij en hun schaduwen gleden over zijn gezicht. Hij ging rechtop zitten, opende zijn tas en haalde er een badlaken uit te voorschijn . Eerst spreidde hij de handdoek uit, zorgvuldig, zodat er geen zandkorrels op kwamen. Hij diepte een zak met broodjes op uit de tas, een verrekijker en een thermoskan met koffie, die hij midden op het kleed zette.

Alle vogels van de wereld, Daphne Buter,

Voor zes uur 's avonds voer er geen boot terug naar het vasteland. Zou het de hele dag zo stinken? 'Wie heeft er trek in een stukje appel?' probeerde ik opgewekt. 'In die stank?' Toch had ik een handdoek uitgespreid en was ik begonnen appels te schillen en in stukjes te snijden. Het was een eind lopen naar het strand en we hadden niet ontbeten.

Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

in voorzetselgroep


  • op (de, een, haar) handdoek zitten
  • op (de, een, haar) handdoek zonnen
  • op (hun) handdoeken liggen
  • op (hun) handdoeken zitten

'Wat ben jij nog wit, zeg. Kom, laat me je eerst eens invetten. Anders ben je vanavond zo rood als een kreeft.' Je gaat naast haar op de handdoek zitten en keert je rug naar haar toe, voelt haar handen in draaiende bewegingen eerst over je schouders en dan over je rug gaan.

Verbroken zwijgen, J. Bernlef,

De afstand tot de horizon en de hoogte van de hemel beangstigden Henrieke Jacobse, en zij was al bang dat Maria zou verdrinken als haar dochter nog op haar handdoek aan de vloedlijn zat. Het was een kille zomerdag geweest, en in de zee dreven talloze kwallen.

Blauwbaard, Pauline Slot,

De storm vlaagt van alle kanten om het huis. Ik hoor de ladder op het dak schuiven, hoop maar dat hij goed zit vastgesjord. Je kunt je al bijna niet meer voorstellen dat het op deze plek zomer is geweest, zo warm dat Tracy naakt lag te zonnen op een handdoek in het gras voor de veranda.

Buiten is het maandag, J. Bernlef,

De meisjes lagen op handdoeken bij het meer of gingen kopje onder in het water. Hun kreten weergalmden tot in onze kamer.

In liefdes naam, Greta Seghers,

Na het zwemmen zaten ze op hun handdoeken.

Hokwerda's kind, Oek de Jong,

met bezittelijk voornaamwoord


  • haar handdoek
  • mijn handdoek
  • onze handdoek
  • hun handdoeken

Op het strand drogen ze zich af, ieder voor zich, kleden ze zich aan, ieder voor zich. Vermoeid als na een lange zwemtocht. Hij ziet haar handdoek en bikini voorgoed verdwijnen in de badtas.

Opwaaiende zomerjurken, Oek de Jong,

Ik spreidde mijn handdoek uit in de schaduw van een grote palmboom en dook in het zwembad voor een aantal baantjes, daarna bestelde ik een groot glas vers geperst sinaasappelsap, dronk het leeg en ging liggen om in de middaghitte nog wat te soezen.

Jihad, Tom Carew,

In de verte zag ik de meisjes hun handdoeken uitkloppen en opvouwen. 'Ik geloof dat het tijd is om op te stappen,' zei ik. Waarna we scheidden om elk onze handdoek op te gaan halen.

In liefdes naam, Greta Seghers,

Woordfamilie


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


handdoek 2.0

doek in de keuken om je handen mee af te drogen; keukendoek voor de handen; keukenhanddoek

Semagram


Een handdoek…

is een doek

  • [Gevoelsindruk] heeft vaak een zacht, niet glad oppervlak
  • [Omvang concreet] is kleiner dan een normale handdoek
  • [Vorm] is meestal vierkant of zo goed als vierkant
  • [Materiaal] is gemaakt van badstof
  • [Functie] is bedoeld om handen af te drogen
  • [Plaats] wordt gebruikt in de keuken
  • [Gebruikswijze] wordt ook wel gebruikt voor huishoudelijke klusjes, zoals schoonmaken

Algemene voorbeelden


Onder de handdoek in de keuken ligt mijn trouwring. Moet gevallen zijn toen ik voor we weggingen mijn handen nog even waste.

Het binnenste ei, Hannes Meinkema,

Ik verbeet mijn tranen, liep naar de keuken, nam een handdoek van het haakje bij het aanrecht en begon af te drogen. ''t Is niet nodig,' zei Katrien afwezig. Ze had haar moeders rubberen handschoenen aangetrokken, pijnlijk roze.

Mijn tweede huid, Erwin Mortier,

Kijk hoe handig die pot is als ze het water van de gare aardappelen afgiet. Je neemt een handdoek, haalt die door het ene handvat, dan door het handvat op het deksel en vervolgens door het tweede handvat. Je kantelt het deksel, spant de handdoek aan zodat het deksel klem komt te zitten, en giet het water af.

Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

En als eindelijk alles weggebracht is, als ik aan tafel ga zitten om een laatste slok te drinken en een sigaretje op te steken, zegt Nicole: "Dan ga ik nu boodschappen doen. Het afwasmiddel staat onder het aanrecht en zuivere handdoeken liggen in de linkse lade van de kast. "

Gras, Clem Schouwenaars,

Combinatiemogelijkheden


als subject bij een werkwoord


  • hangen

Voor hij de zaal opgaat moet hij eerst nog even zijn handen wassen, aan het fonteintje in het toilet. Daar hangt altijd een schone handdoek. Speciaal voor de dokter, om zijn handen te drogen nadat hij ze gewassen heeft. Maar er hangt nu geen handdoek. "Dat is heel vervelend,' zegt de dokter.

Keefman, Jan Arends,

in voorzetselgroep


  • met een handdoek

De koelkast was aangevuld. Op het aanrecht lagen appels en sinaasappels. Hij wreef een appel op met een handdoek en nam een hap. De appel was keihard en zuur. Hij spuugde het stuk uit in de gootsteen.

De vrouwenoppasser, Peter de Zwaan,

  • op een handdoek

Kook de lasagnevellen in ruim water gaar en laat ze op een handdoek uitlekken.

NRC,

met ander, nevengeschikt substantief


  • theedoek of handdoek
  • theedoek, handdoek en vaatdoek

Doe in een pan met ruim kokend water zoveel boilies dat er één enkel laagje van boilies ontstaat. Let op, doe er niet teveel tegelijk in de pan. Laat de boilies daarna drogen op een schone en droge theedoek of handdoek.

http://www.visserslatijn.nl/index.htm

Keukengerei en vaatwerk worden het schoonst in heet sop. Neem regelmatig een schone theedoek, handdoek en vaatdoek. Glazen, glad aardewerk en roestvrij stalen keukengerei is beter schoon te houden dan plastic of hout.

http://www.ouder-kindzorg.nl/

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen