het bloed stijgt naar iemands gezicht 1.0
iemand krijgt weer kleur; iemand is niet meer bleek
Algemene voorbeelden
Ze wenkte naar een ober. 'Water. En snel.' Pas in het restaurant voelde hij het bloed weer naar zijn gezicht stijgen.
het bloed stijgt naar iemands gezicht 2.0
iemand wordt rood
Algemene voorbeelden
'Of hebt gij een petite amie die ge voor ons verstopt?' Ik voelde het bloed naar mijn gezicht stijgen.