jeremiëren


jeremiëren 1.0

een luide en/of aanhoudende jammerklacht over iets uiten; jammeren; weeklagen; lamenteren
Vaak met de bijgedachte dat de klacht volgens de toehoorder overtrokken is of buiten verhouding staat tot de realiteit.

Semagram


Jeremiëren…

is een handeling

      Combinatiemogelijkheden


      met voorzetselgroep


      Voorzetsel: over

      • jeremiëren over iets of iemand

      Altijd hoor ik je jeremiëren over de stilstand in je leven... ik help je uit de lethargie te komen... en nu predik je de absolute stilstand!

      Vallende ouders. De tandeloze tijd: 1, A.F.Th. van der Heijden,

      Hoor je klassieke muzikanten en componisten zeuren over het succes van de popmuziek? Hoor je driesterren-koks jeremiëren over de ondergang van de eetcultuur omdat hamburgertenten de wereld veroveren? Storen kunstschilders zich aan zondagskladderaars? Nee toch.

      Cultuur is Oorlog, Leo de Haas,

      Jan Wijnmaker in Wijnstraat zou al onmiddellijk beginnen jeremiëren over 'die connoisseurs van tegenwoordig' die nog geen fles vergiste kattenpis kunnen onderscheiden van een degelijke Montrachet.

      http://orbisfratresorganoleptici.blogspot.com/2007/03/pomo-meets-fancy-vintners-over.html,

      Voorzetsel: tegen

      • jeremiëren tegen iemand

      Nu, het was een lijk dat daar lag, met de nek afgesneden. Ze waren onthutst en stonden er over te jeremiëren tegen elkaar.

      http://www.seniorgids.nl/index.php/component/option,com_content/task,view/id,2706/Itemid,429/,

      met ander, nevengeschikt werkwoord


      • jammeren en jeremiëren
      • klagen en jeremiëren
      • mopperen en jeremiëren

      En maar luidop jammeren en jeremiëren. 'Als gij uw muil niet houdt, timmer ik ze toe!' Ik had hem al bij zijn strot, maar ik wist me gelukkig op tijd te bedwingen.

      Koud, Geertrui Daem,

      Een man die de dood in de ogen heeft gekeken, begint niet te klagen en te jeremieren over - ochot en ochere - wat zeer in de rug.

      Koud, Geertrui Daem,

      Op een zeker moment in de achtste klas bepaalt Clarice dat ik niet haar beste vriendin meer ben. Als ze dat openlijk had gezegd had ik tegen haar gemopperd en gejeremieerd. Maar nee, ze komt gewoon niet meer. Geen ruzie, niets.

      Cherry, Mary Karr,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      jeremiëren 2.0

      (Voor overgankelijk gebruik van werkwoorden met de kernbetekenis 'uiten op zekere wijze' zie ANS 8.2.2.3.)

      in een luide en/of langdurige jammerklacht te kennen geven; jammerend meedelen
      Vaak met de bijgedachte dat de klacht volgens de toehoorder overtrokken is of niet in verhouding staat tot de realiteit.

      Semagram


      Jeremiëren…

      is een handeling

          Combinatiemogelijkheden


          met een dat-zin


          Collectief jeremiëren dat scholen het opzettelijk slecht doen, dat leraren liever vergaderen en dat vergaderen per definitie onzin is als je les kunt geven, dat leerlingen en ouders het slachtoffer hiervan zijn.

          NRC,

          met directe rede


          Zijn jas was nat en hij voelde dat doorheen zijn hemd. Nog wel zijn beste jas! Moeder zou jeremiëren: "En 't is altijd hetzelfde met u... Ge kunt u nooit wat schoon houden..."

          Kermis, Gaston Durnez,