kwezel


kwezel 1.0

(beledigend)

vrouw met een overdreven vroomheid en overeenkomstige levenswijze; overdreven godsdienstige vrouw
Doorgaans met de bijgedachte van bekrompenheid in opvattingen en zienswijzen.

Semagram


Een kwezel…

is een persoon

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is overdreven godsdienstig; heeft een bekrompen mentaliteit
  • [Geslacht] is een vrouw

    Algemene voorbeelden


    Hij zweette als een otter, drentelde heen en weer tussen het bord en de glazen kasten met opgezette vogels en dierskeletten, terwijl wij, barstend van genot, de stunt van het jaar aanschouwden; met meer dan genot, met ontzag, met de van dweepzucht doortrokken verering waarmee een kwezel naar een heiligenbeeld kijkt.

    Het samenzijn, Jan Meyers,

    Het is tijd voor zijn laatste rit en die rit zal zijn zoals zij het willen, zoals hij het gewild zou hebben en dat zal geen droeve sjokkende tocht zijn, met slepende benen en strakke bleke gezichten in zwarte kleren, onder aanvoering van een zwartrok en zijn kwezels.

    http://www.monastery.nl/antarctica/onthecht.html,

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • een bekrompen kwezel
    • een oude kwezel

    Voor de enen is ze een moedige verdedigster van het fatsoen, voor de anderen een bekrompen kwezel.

    De Standaard,

    "Kwezels, riep ze altijd kwaad, een dorp vol roddelende, bemoeizuchtige ouwe kwezels die de kerk platlopen! En dan vertelde ze wel eens over vroeger, wat er allemaal niet mocht van die mensen. Dat zij van oma wel eens naar de bioscoop mocht in de stad, en dat die mensen oma dan niet meer wilden groeten."

    De Standaard,

    met adjectivisch tegenwoordig deelwoord


    • een biddende kwezel

    Jarenlang heb ik de parochiale reizen naar Lourdes georganiseerd. Elk jaar spoorde ik minstens tweemaal mee. Het geprevel van de biddende kwezels zit in mijn oren als oorsmeer.

    Vliegen in een spinnenweb, Fernand Auwera,

    met ander, nevengeschikt substantief


    • nonnen en kwezels

    Vrij voelde ik me, lang geleden, schijt had ik aan God en zijn engelen en heiligen allemaal, aan paters en pastors, aan bisschoppen en pausen, aan wierook en nonnen en kwezels en processies.

    Vliegen in een spinnenweb, Fernand Auwera,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen