nice 1.0
(informeel; neologisme)
leuk; mooi; fijn; prettig
Vooral gebruikt in jongerentaal.
Algemene voorbeelden
In La Palma heb je zat opties om te shoppen, de niceste foto's te maken voor je Instagram en her en der wat cultuur op te snuiven.
DJ's Jeff&James verzamelden de niceste afrovibes, MC Anthony Riley gooide er zijn party feels overheen en jij hebt je een goede afromixtape voor je zondagmiddag (of elk ander moment natuurlijk). Enjoy!
Snelle levering met een nog nicer pakket dan verwacht. Ontvanger was super blij.
Planning op basis van jouw agenda! Dat is nice!
Oeh dat is nice, én digitaal zelfs. Weet je hoe lang de aanbiedingen duren?
Etymologie
Aard herkomst | leenwoord |
---|---|
Vroegste datering | 2018 |
Brontaal | Engels |
Vorm in brontaal | nice |
Betekenis in brontaal | idem |