nietpluisgevoel


nietpluisgevoel 1.0

(emoties)

gevoel dat er iets niet pluis is; gevoel dat er iets niet in orde is; gevoel dat er gevaar dreigt of dat er sprake is van bedrog; onraadgevoel; argwaan
Het woord wordt vaak in een medische context gebruikt. Het duidt dan op het gevoel van een arts dat de symptomen van een patiënt niet onschuldig zijn.

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een nietpluisgevoel…

is een gevoel

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is een gevoel dat er iets niet in orde is, bv. dat er sprake van bedrog is of dat er gevaar dreigt

    Algemene voorbeelden


    Televisieprogramma Boos deed onderzoek naar finfluencer Jia Ruan. Zijn werkwijze: mensen geld afhandig maken door ze te laten betalen voor een niet-bestaande cursus. Een slachtoffer van een andere cursusaanbieder vertelde aan NRC dat ze al snel na het betalen van het cursusgeld van 20 duizend euro een nietpluisgevoel kreeg. Dat was rijkelijk laat, en hoewel ze er waarschijnlijk wijzer van geworden is, was het niet de les waarvoor ze zich had ingeschreven.

    de Volkskrant,

    Een arts heeft een pluisgevoel als hij aanvoelt dat de klachten van een patiënt niet ernstig zijn, ook al is die patiënt zelf ongerust. Het nietpluisgevoel duikt op als een arts een onbestemd gevoel heeft over een mogelijk ongunstige afloop bij een patiënt.

    De Standaard,

    „Soms eisen de patiënten te veel. De dokter hoeft echt niet meer zo vaak 's nachts te verschijnen. Hij kan ook via de telefoon een advies geven en medicijnen voorschrijven, als hij maar voldoende informatie heeft en tegen de mensen zegt dat zij nog een keer moeten bellen als dat middel niet helpt. Bij goed doorvragen is dat wel safe. Alleen als hij een niet-pluisgevoel heeft, moet ie er heen. En dan kan hij nog wel eens een meningitis missen - die kan in een aantal uren opkomen."

    Trouw,

    Heeft Paul den B. daadwerkelijk alles in het werk gesteld om zijn zoontje te redden? Hulpverleners ter plekke hadden een 'nietpluisgevoel'. En zij niet alleen. Meer getuigen – familieleden, kennissen van de reformatorische kerk en leden van de schaakclub – plaatsen vraagtekens, blijkt uit het duizend pagina's tellende dossier. Zo appte Paul al twee jaar eerder, vlak na de breuk met Svens moeder, toen hij overspannen in Frankrijk zat: „Als God niet snel ingrijpt, kan dit leiden tot een familiedrama."

    NRC Handelsblad,