pluisgevoel 1.0
(emoties; neologisme)
Semagram (extra betekenisinformatie)
Een pluisgevoel…
is een gevoel
- [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is een gevoel dat alles in orde is en er geen reden tot ongerustheid is
- [Betrokkene] is een gevoel dat artsen bv. kunnen hebben ten aanzien van de gezondheid van een patiënt
Algemene voorbeelden
Veertien is een verrassende leeftijd. Het ene moment weet je niet beter of ze zitten vastgekleefd aan de stoel voor de computer, het andere moment zijn ze gewoonweg verdwenen. Waar is hij? Gebeld, maar na vier pogingen niet verdergekomen dan de antwoordapparaten van volkomen onbekende mensen die, wie weet, allang liggen te slapen. Er is altijd nog het pluisgevoel en dat zegt dat hij morgen gewoon voor de deur staat en naar binnen zal sloffen.
Twee verpleegkundigen handelden onprofessioneel en laakbaar: ze gingen af op hun 'pluisgevoel', vergaten Dolmatov 'uit te vragen' en belden toch maar niet de dokter. Desinteresse, passiviteit, elkaar niet informeren, veronderstellen dat het wel goed zat, denken dat een ander verantwoordelijk was, protocollen negeren, wettelijke regels overtreden, formulieren fout invullen.
Een arts heeft een pluisgevoel als hij aanvoelt dat de klachten van een patiënt niet ernstig zijn, ook al is die patiënt zelf ongerust. Het nietpluisgevoel duikt op als een arts een onbestemd gevoel heeft over een mogelijk ongunstige afloop bij een patiënt.
De meeste huisartsen waren vertrouwd met het begrip 'pluis/niet-pluis'. Het speelde een substantiële rol in de dagelijkse praktijk. Het 'pluis'-gevoel betekende dat een huisarts zich zeker voelde over aanpak en prognose, ook al was de diagnose niet altijd duidelijk. Een 'niet-pluis'-gevoel hield in dat een huisarts het gevoel had dat er iets niet klopte met de patiënt, ook al ontbraken objectieve aanwijzingen.
Etymologie
Aard herkomst | inheems woord |
---|---|
Vroegste datering | 2001 |