pleaser 1.0
(neologisme)
Semagram (extra betekenisinformatie)
Een pleaser…
is een persoon
- [Gedrag] is er zeer op gericht om het anderen naar de zin te maken, en vergeet daarbij vaak zichzelf
Algemene voorbeelden
Een pleaser wil door iedereen aardig gevonden worden. Dus maakt hij of zij de hele dag complimentjes, zegt nooit 'nee', cijfert zichzelf weg.
Ischa had een groot vermogen om van mensen te houden. Hij was een goed mens, een schaap in wolfskleren. Geen pleaser. Dat gold niet voor Hans.
Op de vraag hoe het je vergaat, antwoord je dus steevast goed, niet een binnensmonds goed om er gemakkelijk van af te komen, maar een dikke – iedereen mag het horen – 'Uitstekend!', want dat is een vereiste van je personage. Voor de pleaser kan het nooit genoeg zijn – zolang de ander maar tevreden is. Ik raad je dan ook ten zeerste aan om je met zoveel mogelijk pleasers te omringen. Waar wordt de pleaser geboren? In de schoot van een moeder die je heeft verlaten? Een vader voor wie je nooit genoeg was?
Combinatiemogelijkheden
met koppelwerkwoord
- een, geen pleaser zijn
Wytske Versteeg is als schrijver nooit een pleaser geweest en dat de tamelijk onsympathieke Nino toch de verteller is, toont andermaal haar lef. Dat perspectief is bovendien betekenisvol, als een middel om iets aan te tonen over machtsverhoudingen in het algemeen, en over wie doorgaans het woord mag voeren. Maar er wringt ook iets: het perspectief van Nino belemmert ons het zicht op Suyin, op de vrouwen, en zet hun drama op afstand – en dat komt niet in de laatste plaats doordat Nino als personage schimmig blijft, of misschien moet je wel zeggen: gezichtsloos.
"Maarten strooide met prikkeldraad. Hij was geen pleaser maar gaf de ongemakkelijke waarheid. Rauw, eerlijk."
met adjectief ervoor
- een echte pleaser
Wertheim is een veel behendiger verteller geworden dan voorheen. En hij slaagt er nu ook meer dan eens in om de ene slimme grap op de andere te stapelen, dwars door het gelach van de zaal heen. Een echte pleaser zal hij niettemin nooit worden. Daarvoor is hij te veel een analyticus, die niet terugdeinst voor een serieus betoogje over de functie van ironie en die zijn redeneringen vaak nog eens extra omdraait voordat hij ermee op de proppen komt.
Woordfamilie
Als deel van een afleiding
Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen
Overige woordfamilieleden
Etymologie
Aard herkomst | leenwoord |
---|---|
Vroegste datering | 2002 |
Brontaal | Engels |
Vorm in brontaal | pleaser |
Betekenis in brontaal | idem |
Samenhangende woorden (vorm) | pleasen; pleaserig |