schooluren 1.0
Semagram (extra betekenisinformatie)
Schooluren…
zijn een periode
- [Deel] bestaan uit lesuren
- [Geheel] zijn een deel van een dag
- [Functie] dienen om onderwijs te volgen
- [Tijd] kennen een vaste aanvangstijd en einde
- [Belanghebbende of begunstigde] zijn bestemd voor leerlingen of studenten
Algemene voorbeelden
In juni hebben de scholen vier vrijdagen samen gefietspoold. 125 kinderen reden toen met de fiets naar en van school. Maar het project stuitte op praktische problemen. De schooluren liepen bijvoorbeeld niet gelijk.
Combinatiemogelijkheden
in voorzetselgroep
- buiten (de) schooluren
- na (de) schooluren
- tijdens (de) schooluren
- voor (de) schooluren
Consultaties (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden.
Na de schooluren leer ik in 3 uur mijn lessen.
Die senior in kwestie kan zich uiterst verdienstelijk maken in het verenigingsleven, het vrijwilligerswerk, hobbyclubs, bij de verbouwingen of het onderhoud van de tuin bij zoon of dochter, of, meest van al nog, in de opvang van de kleinkinderen voor en na schooluren en tijdens vakanties.
Politiemedewerkers en leerplichtambtenaren dienen kinderen die zich tijdens schooluren op straat bevinden onverwijld naar school te brengen.
In erkende initiatieven voor buitenschoolse opvang worden kinderen die naar de kleuterschool of de lagere school gaan, voor en na de schooluren en op vakantiedagen opgevangen.