smartphonevrij


smartphonevrij 1.0

(media, communicatie en telecommunicatie; neologisme)

zonder smartphone; zonder gebruik te maken van een smartphone; waar geen smartphones gebruikt mogen worden

Algemene voorbeelden


Wat onze smartphones met onze relaties doen, is voor de wetenschap nog een open vraag. Meer pessimistische denkers, zoals Sherry Turkle, onderzoekster aan het MIT, zien een connectie tussen onze angst om nog een gesprek aan te knopen en onze angst om alleen te kunnen zijn. Ze wijst erop dat je om empathie te kunnen voelen ook eerst alleen moet kunnen zijn, en emoties moet leren herkennen en benoemen. Emoties en creativiteit zijn inderdaad makkelijke prooien in deze hypergeconnecteerde tijd, zegt neuropsychologe Elke Geraerts. In haar boek Het nieuwe mentaal adviseert ze om je vrije tijd voor minstens de helft smartphonevrij door te brengen. Durven we onszelf dat gunnen?

De Standaard,

Prange vindt dat docenten jonge studenten moeten beschermen tegen zichzelf en hun smartphoneverslaving. Want dat mobiele telefoons ook in het vervolgonderwijs voor veel afleiding zorgen, is volgens Prange evident. "Dat mobieltje is net zo verslavend als roken. Om de zoveel seconden vragen je hersenen om een dopamineshotje. Dat krijg je door op je telefoon te kijken. Je kunt niet anderhalf uur met studenten interactief over de stof nadenken als ze steeds dat ding erbij pakken. Als de campus rookvrij is, waarom dan niet ook smartphonevrij?"

Trouw,

Vorig jaar was er voor het eerst sinds veertig jaar een verontrustende stijging in het aantal verkeersdoden. Er is een wet in de maak tegen appen op de fiets, maar er is nu al twijfel over de haalbaarheid van boetes en controles. Dat is allemaal waar, maar dat hoeft toch geen reden te zijn om geen duidelijke norm te stellen? Smartphonevrij fietsen zou dezelfde status moeten krijgen als fietsverlichting.

NRC Handelsblad,

Etymologie


Aard herkomst inheems woord
Vroegste datering 2016
Samenhangende woorden (betekenis) schermtijd; smartphoneverslaving