trommelaar


trommelaar 1.0

iemand die al dan niet voor zijn beroep op een trommel speelt

Semagram


Een trommelaar…

is een persoon

  • [Activiteit of handeling] speelt trommel
  • [Oorzaak, reden of aanleiding] beoefent zijn activiteit voor zijn beroep of uit liefhebberij

    Algemene voorbeelden


    Op het zand van de renbaan stonden voor elke contrada nu nog één trommelaar en één vaandeldrager, die op het ritme van de trommel zijn vaandel in ingewikkelde patronen door de lucht liet zwieren in een laatste saluut aan de menigte voordat de race ging beginnen, de laatste kans voor hun wijk om de zilveren beker te winnen.

    Het wonder, Frederick Forsyth,

    Door de inzet en het enthousiasme van de instructeur kunnen nieuwe trommelaars binnen het korps zelf opgeleid worden.

    http://www.elis.ugent.be/rb/ie/overzicht.html

    In woonwijken in de stad zelf worden straten afgezet om ruimte te maken voor groepen marcherende bejaarden. Dit zijn de meer dan 4000 veteranen die op 9 mei het Rode Plein zullen oversteken. Hun oefeningen worden per wijk georganiseerd, waarbij het ministerie van defensie voor een trommelaar en een instructeur zorgt. Op 5 mei is de generale repetitie op het Rode Plein.

    NRC,

    De volgende groepen en artiesten zullen acte de présence geven op de culturele manifestatie van de NHI: Boibriker klezmorim (traditionele joodse muziek) [...]; Tight bars (close harmony); tok Art-artistik ('show und artistik gruppe'); pop goes the brain (popmuziek); Afrikaanse trommelaars.

    Meppeler Courant,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    trommelaar 1.1

    (schertsend)

    mannelijk lid; penis

    Betekenisbetrekking


    metafoor
    Betrokken betekenissen 1.0 : 1.1

    Algemene voorbeelden


    Hij voelde dat zijn trommelaar voortdurend in een toestand van halve erektie was gekomen.

    Een hete ijssalon, Heere Heeresma,