aanrotzooien


aanrotzooien 1.0

(informeel)

zonder vooropgezet plan en op een rommelige wijze te werk gaan; op een ongecontroleerde en knullige, knoeierige wijze werken; aanmodderen; aanrommelen; aanklooien; aankloten
Op 29 januari 1955 gemunt door de Nederlandse schilder Karel Appel (1921-2006), die in een reportage van Jan Vrijman, gepubliceerd in Vrij Nederland, zei: "ik rotzooi maar een beetje an". Steeds in de combinatie maar wat aanrotzooien en varianten daarop.

Semagram (extra betekenisinformatie)


Aanrotzooien…

is een activiteit

      Combinatiemogelijkheden


      met bijwoord


      • maar wat aanrotzooien
      • zomaar wat aanrotzooien

      Nog jaren plachten schrijvers van ingezonden brieven in De Telegraaf, fulminerend tegen 'moderne kunst die mijn zoontje van vijf ook kan maken', te verwijzen naar een uitspraak die Appel in de film van Vrijman zou hebben gedaan: 'ik rotzooi maar wat aan'.

      NRC,

      Veelvuldig heeft Hrabal beschreven hoe het bij hem werkt. Meestal vergelijkt hij zijn werkwijze met die van bepaalde schilders. Met Dalí, of, net zo erg, met Jackson Pollocks action painting, een methode wij beter kennen van Karel Appels 'Ik rotzooi maar wat aan'.

      NRC,

      In 1949 wees hij met zijn 'verdediging van de 50-ers' de weg en al in 1953 werd hij uitgeroepen tot Keizer der Vijftigers. Lucebert verkreeg die titel (door hemzelf overigens volop geïroniseerd) met poëzie waarin alles mogelijk was, zonder dat hij de indruk wekte maar wat aan te rotzooien. Hij verenigde, zoals Aad Nuis het eens omschreef, 'grimmige nuchterheid' met 'dichterlijke dronkenschap' - een van de vele pogingen om zijn poëzie onder een of meer noemers te vangen.

      NRC,

      Ook in de cultuurgeschiedenis heeft interdisciplinariteit bewezen te kunnen werken. Maar interdisciplinariteit houdt niet in dat je zomaar wat kunt aanrotzooien.

      De Groene Amsterdammer,

      Van 't Sant trouwde maar kreeg nooit kinderen. [...]. "Ik heb ruim honderd boeken geschreven. [...]. Al die zorgen eromheen, dat hoeft voor mij niet meer." Toch publiceerde ze in 1986 nog een laatste boek, dat eigenlijk haar 'eersteling' was, Ook ik ben schuldig. Dit boek is het meest autobiografische uit haar oeuvre en handelt over de Tweede Wereldoorlog. "Ik schreef het om de oorlog van me af te schrijven." In 1946 gooide ze het manuscript in een vuilnisvat, maar haar man viste het eruit en bewaarde het in de brandkast. Haar man overleed in 1986. "Voor mij heeft het leven niet zo veel waarde meer," zei ze daarna. "Ik rotzooi maar wat aan, zoals ze dat tegenwoordig noemen."

      NRC,

      'Ik kan het niet geloven: vampieren. Ik dacht dat die wezens alleen in de films bestonden.' 'Spreek me niet van die films. Ik heb ze allemaal gezien, die regisseurs rotzooien maar wat aan. Wat die de kijkers allemaal wijsmaken! Leugens en nog eens leugens!

      Iks, Johan Van Nijen,

      Afgezien van enkelingen als Koos Terpstra, Paul Feld en Ernst Braches, die bij Fact zijn begonnen en nu op eigen benen staan, lijken de meesten grote zalen uit de weg te gaan en liever te blijven hangen in het margetheater. Klinkenberg ziet het echter niet zo somber in: "Het is een feit dat er ieder jaar te veel - zeg een stuk of twaalf à zestien - regisseurs van de scholen komen. Onder hen zijn een hoop die maar wat blijven aan rotzooien. Bij ons kunnen ze zich dat niet permitteren. Zeker bij een grote zaal-produktie moet het een voorstelling worden waarvan je mag verwachten dat er publiek in geïnteresseerd is."

      NRC,

      • niet maar aanrotzooien

      Bij de wet mag je geen eigen rechter spelen, maar hoe vaak moet je het in het leven wél doen, doodeenvoudig omdat men vooral als ouder van je verwacht dat je een vaste en vooral rechte koers houdt en men cameleons of haantjes op de toren verfoeit? Je kunt niet maar aanrotzooien zoals men nu zo vaak de idee "vrijheid" interpreteert.

      Wat doen we met moeder met de feestdagen, Harriet Freezer,