afroepeconomie


afroepeconomie 1.0

(business, economie en financiën; neologisme)

economie waarin veel tijdelijk werk en losse klussen door afroepkrachten worden gedaan

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een afroepeconomie…

is een economie

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is een economie waarin veel tijdelijk werk en losse klussen worden gedaan op afroep
  • [Handelende persoon] is een economie waarin veel afroepkrachten actief zijn

    Algemene voorbeelden


    Geen karweitje zo klein of er is wel iemand bereid het voor een paar euro op te knappen. 'Het is de meest extreme variant van de zzp-trend', zegt de Tilburgse arbeidseconoom Ronald Dekker, die onderzoek doet naar flexibilisering van de arbeidsmarkt. Terwijl vaste banen zeldzamer worden en zzp'ers in opmars zijn, raakt werk steeds verder versnipperd. 'Met dank aan internet en de opkomst van bemiddelingssites kunnen dit soort klusjes steeds gemakkelijker worden uitbesteed.' In de VS is dit fenomeen al omgedoopt tot de afroepeconomie of 'gig economy', waarin werkers als popsterren en rockbandjes van klus naar klus leven.

    de Volkskrant,

    Te huur: twee rechterhanden. Voor wie te veel aan het hoofd heeft om zich met praktische akkefietjes bezig te houden, is er de klusjesman. Of 'jobber', zoals de moderne afroepeconomie hem liever noemt. De kraan wiebelt. De deurbel doet het niet. Twee lampenkappen staan scheef. De vaatwasser sluit niet helemaal. De schuurdeur klemt een beetje. De buitenlamp geeft te weinig licht. Het slot van de voordeur loopt stroef. Er moeten fotolijstjes en lampen worden opgehangen en dimmers geïnstalleerd. Bijna vergeten: de uitschuifbare flatscreentelevisie aan het voeteneind van het bed heeft geen kabelontvangst. Kan dat ook even gefixt?

    de Volkskrant,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    Etymologie


    Aard herkomst inheems woord
    Vroegste datering 2016
    Samenhangende woorden (betekenis) afroepkracht; klikwerker; microwerker; platformeconomie