eeuweling


eeuweling 1.0

((vooral) in België)

iemand van honderd jaar; ook: iemand die meer dan honderd jaar oud is; honderdjarige

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een eeuweling…

is een persoon

  • [Geslacht] is een man of een vrouw

    Algemene voorbeelden


    De grappenmakende en sigaarpuffende komiek George Burns werd zaterdag honderd jaar. Maar het groot verjaardagsfeest in Beverly Hills ging zonder de eregenodigde door. De eeuweling heeft griep en moest verstek laten gaan.

    De Standaard,

    Van Ostaijen is honderd [...]. De eeuweling krijgt een standbeeld, drie monografieën, zes themanummers en honderdzesendertig krantekoppen.

    Over de opkomst en het verval van de dynamo; Een zekere rilling, Kamiel Vanhole,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    eeuweling 1.1

    ((vooral) in België)

    iets van honderd jaar; ook: iets dat meer dan honderd jaar oud is; honderdjarige

    Betekenisbetrekking


    metonymie
    Betrokken betekenissen 1.0 : 1.1

    Algemene voorbeelden


    Sommigen is hun leeftijd niet aan te zien. Het is een uitspraak die zeker geldt voor de eeuweling Dow Jones. De bekendste aandelenindex van Wall Street en meteen van de wereld wordt zondag 100 jaar en vertoont nog geen spoor van zwakte.

    De Standaard,

    In die dagen stelde de Stad Leuven de Lakenhal ter beschikking. Dat gebouw uit 1317 was toen al eeuweling en vóór die tijd hadden de lakenwevers er hun koopwaar aan de man gebracht.

    http://www.kuleuven.ac.be/kuleuven/