facteur


facteur 1.0

((vooral) in België, informeel)

iemand die zich voor zijn beroep bezighoudt met het bezorgen van post, vooral brieven en pakketjes; postbode

Semagram


Een facteur…

is een bode; is een persoon

      Algemene voorbeelden


      "Als de facteur deze envelop bij Leblanc in de bus heeft gestoken, dan zouden er normaal vingerafdrukken van hem op moeten te vinden zijn," zei Velge nadenkend, "en die zijn er dus niet op te vinden?" Borry beaamde. "Sommige brievenbestellers," begon hij rustig, "hebben zoveel fijn papierstof tussen de porieën van de vingertoppen door het voortdurend manipuleren van enveloppen, dat ze na een dag werk praktisch geen vingerafdrukken meer achterlaten."

      De Coltmoorden, J. Geeraerts,

      Ik kijk het wagentje na. Verduiveld, het stopt. Bij Gras. De postbode stapt uit. Een verrekijker, die zou ik moeten hebben. Al zie ik duidelijk, duidelijk genoeg hoe die man, met een pakje in de hand, even vóór de deur blijft staan en dan gewoon het huis binnengaat. Hij stapt er zomaar in. Een postbode, een facteur .

      Gras, Clem Schouwenaars,

      "Toen ik in Aalst voor een socialistische kring Het gezin van Paemel regisseerde, kwam op een avond Boon langs. Hij bood zich aan om het rolletje van de facteur te spelen die aan het eind de brief uit Amerika brengt."

      De Standaard,