harsens


harsens 1.0

(zeer informeel)

hersens; ook: plaats waar de hersens zich bevinden; hoofd; kop

Semagram (extra betekenisinformatie)


Harsens…

zijn een lichaamsdeel

      Algemene voorbeelden


      'Ze willen gaan invoeren dat je elk jaar een vaste kerkelijke bijdrage geeft. Hoe halen ze 't in hun harsens! Het is toch verrekte jammer dat we hier niet hersteld hebben kunnen blijven, want bij de herstelden kennen ze zulke gekkigheid niet, neem dat maar van mij aan, nou, maar als ze maar weten dat er hier niks niemendal te halen valt.

      Het woeden der gehele wereld, Maarten 't Hart,

      Die wajangpop op een batikdoek. opengewerkt. Van dat mooie goud en grijs. Beestebek met tanden. schrobzaagjes. Magere afwerende armen. Hij heeft die dikzak er een keer mee op zijn harsens geslagen.

      De kus., J. Wolkers,

      N.a.v. een artikel van de NOS over een Zweeds plaatsje waar men een hoofddoekverbod wil invoeren op scholen. De klacht gaat niet over dat verbod, want het kan me verder weinig interesseren wat Fatima om haar harsens heeft hangen.

      Fok!,

      "Ik kwam in Verdun terecht, gewoon, op een kwajongenstocht met mijn oudste stiefzoon en een vriend. Om een beetje te raggen in die bossen. En daar kreeg ik toch een knal tegen mijn harsens! Toen is dat motortje gestart. Hoe kon ik nou zo geraakt zijn?"

      Trouw,

      harsens 2.0

      (zeer informeel)

      mond; bek; waffel

      Vaste verbindingen


      zijn harsens houden

      1. Vormvariant: zijn harses houden

        zijn mond houden

        Ze ging met haar wasemende zweetkont op mijn bankje zitten en hoefde niets te drinken. 'Doet mijn maar even zo'n nicotinestokje. Het is wel slecht, maar je moet toch wat, ja toch niet dan?' God, mens, hou je stomme harsens.

        Rupert: een bekentenis, Ilja Leonard Pfeijffer,