loopster


loopster 1.0

vrouw die hardloopt voor de sport of uit liefhebberij; vrouwelijke loper

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een loopster…

is een vrouw; is een persoon

  • [Geslacht] is een vrouw

    Hoofdsemagram: loper


    Algemene voorbeelden


    Bon, op een dag wordt hij opgebeld door mensen van de radio, die hem vragen of hij niet met iemand wil telefoneren. Hij weet niet goed met wie hij dat zou willen. Hij houdt eigenlijk niet zo van telefoneren. Hij heeft daar geen aanleg voor. En dan hoort hij zichzelf, na lang twijfelen zeggen: met Kim Gevaert. Want zo heette die loopster die hem aan het huilen had gebracht.

    Werk, Josse De Pauw,

    Ik heb gehoord dat het slecht is om hard te lopen als je zwanger bent. Klopt dat? Als u nog nooit heeft hard gelopen, dan lijkt het ons niet juist om daarmee te beginnen als u zwanger bent. Maar als u een getrainde loopster bent, kan het echt geen kwaad om door te gaan met lopen.

    http://www.lexthoen.nl/

    In de urinestalen van beide loopsters werden sporen van anabole steroïden gevonden.

    NRC,

    De talentvolle loopster liep zowel op de 600 meter als op de 300 meter horden uitstekende tijden.

    Meppeler Courant,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen