moesje


A - moeder

moesje 1.0

(informeel,liefkozend. In kindertaal)

moedertje

Semagram


Een moesje…

is een moeder; is een persoon

      Algemene voorbeelden


      Als jouw moesje bij de moeder van Jantje Obbes komt klagen, dan komt Jantje Obbes jouw keeltje dichtknijpen.

      De tandeloze tijd. Dl. 1: Vallende ouders, A.F.Th. van der Heijden,

      Voorts maakten we kennis met slempende en cocaïne snuivende schooljeugd en, in schril contrast daarmee, met een heilig boontje dat bij zijn thuiskomst aan zijn moesje vroeg waar zijn vitaminedrankje stond.

      Dwarskijker, Rudy Vandendaele,

      B - tache de beauté

      moesje 1.0

      afbeelding

      Bron: André
      ( CC BY-NC-SA 2.0 )

      zwart pleistertje of vlekje dat als schoonheidsvlekje op de huid wordt aangebracht; tache de beauté; mouche

      Semagram


      Een moesje…

      is een vlekje; is een pleister; is een zaak

      • [Functie] wordt op de huid aangebracht om de blankheid van de huid beter te doen uitkomen
      • [Plaats] wordt vooral aangebracht op het gezicht, maar ook op de schouders of borsten
      • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is een pleister of een getekende stip
      • [Betrokkene] wordt vooral door vrouwen aangebracht

      Algemene voorbeelden


      Elke pirouette, elke arabesk was voor hun monden en keurig doorgestrekte vingers een aanleiding om tepels en geschoren onderbuiken op te zoeken. De costumier had ervoor gezorgd dat die waren uitgespaard in de kanten lijfjes van de klassieke ballerina-kostuums, de grimeur zette die plekjes elke avond glimmend aan met rouge en soms zelfs een moesje.

      't Is zo weer nacht, Joyce Roodnat,

      Mevrouw Alsteens zit te genieten van mijn kinderlijk geluk om deze serene atmosfeer en het bijna automatische kontakt met de wondere figuur Krisjna. Flegmatiek en zachtaardig intelligent, sober, diskreet en gemoedelijk gekapt naar het aristokratische grijsblauw toe, blauw satijnen sarong, beheerst kostbare gouden halssnoer, zuivere trouwring, onzichtbare voeten, ogen als twee bruine vlinders met tussen de wenkbrauwen, iets hoger, een zwart moesje dat de tere olijventint van het ganse aangezicht tot volstrektheid sublimeert.

      Miniaturen, Karel Jonckheere,